Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bezet blijven totdat de vereeniging der beide colonnes zal hebben plaats gehad.

7. Plaats van den bevel- Aanvankelijk tusschen voorhoede hebber. en hoofdcolonne.

De Bevelhebber,

enz.

Omtrent de samenstelling der colonne en de sterkte der in het marschbevel voor de operatie bestemde troepen en treinen het volgende:

De plaatsing der ambulances in de colonne blijkt uit nevenstaand schema van de marschcolonne.

De colonne marcheerde met éénen (1); afstanden tusschen de onderdeelen der voorhoede werden niet genomen, alleen door te vlug marcheeren aan het hoofd of het niet opsluiten van volgende afdeelingen ontstonden nu en dan openingen.

De sterkte bedroeg:

A. staf van den bevelhebber:

5 officieren,

1 controleur,

1 Europeesch wachtmeester, 4 Inlandsche ordonnansen,

1 bereden sergeant-stafhoornblazer;

B. 2de reserve-bataljon (1 Europeesche en 3 Inlandsche compagnieën): 20 officieren, 523 minderen, 2 bereden ordonnansen, 2 officierspaarden;

C. 2de bataljon (1 Europeesche en 3 Amboineesche compagnieën):

20 officieren, 523 minderen, 2 bereden ordonnansen, 2 officierspaarden;

D. marechaussee:

4 officieren, 206 minderen, 2 bereden ordonnansen;

(I) Omtrent de formatie der cavalerie zijn geen gegevens aangetroffen.

Sluiten