Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schieten. In dien tusschentijd wisten een paar marechaussees van de zoo juist aangekomen 3de afdeeling echter alle anderen voor te komen en binnen de versterking te springen.

Op de W.-face had de commandant der 2de afdeeling met de reeds genoemde brigade eveneens de sterkte bereikt. Hier stootte men op dezelfde hindernissen, als voor de N.-face waren aangelegd. Met veel inspanning gelukte het dien officier, gevolgd door den brigade-commandant en een drietal marechaussees, over deze pagars heen te klimmen en de borstwering te bereiken, waarna ook zij weldra in het inwendige der versterking den strijd voortzetten.

Ook de 3 brigades der 3de afdeeling waren kort na de 1ste afdeeling de N.-face binnengedrongen. De hevig tierende vijand werd door hen naar de Z.-face gedrongen, terwijl de brigade der 2de afdeeling de W.-face volgde, ten einde ook de Z.-face te bereiken (zie schets, bijlage YI).

Het handgemeen in de versterking was spoedig afgeloopen.

Op het vernemen van het vuur, dat uit Z. W. richting en op korten afstand van de veroverde sterkte door den vijand afgegeven werd en dat, zooals reeds gemeld is, beantwoord werd door de 3 brigades van de 2de afdeeling, drong de commandant der 1ste afdeeling door de benteng naar den uitgang aan de Z.-face en kwam, vergezeld door een 15-tal marechaussees en op den voet gevolgd door de 3de afdeeling, in een suikerriettuin.

De commandant der 2de afdeeling kwam met de hem gevolgde brigade spoedig daarop ook in genoemden tuin. Deze officier, die bij het overklimmen der palissadeering aan den schouder gewond was, ging daarop, denkende dat het gevecht nu afgeloopen was, met zijne brigade naar de ambulance om zich te laten verbinden (zie schets, bijlage YI).

In de benteng werden 21 gesneuvelde Atjèhers met hunne wapens aangetroffen. Dit gevecht was te ongeveer 8.15 v.m. afgeloopen.

Op dat tijdstip ontving de Bevelhebber bericht N°. 3 van den commandant der cavalerie , luidende:

Sluiten