Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooruit gerukt en kwamen, toen de commandant der lste afdeeling voor de O.-face der versterking stond, aan de N.-face van Koeta Poetöïh aan (zie schets, bijlage VI), waarna zij die face onder vuur namen en trachtten de versperring over te klimmen. Dit gelukte hun niet, daar de bamboedoeri weerstand bood aan de sabels der marechaussee.

De brigade der 2de afdeeling, die in den suikerriettuin ten Z. der eerste versterking was terecht gekomen , ontmoette daar den commandant dei lste afdeeling, die door den tuin de vluchtende Atjèhers vervolgde. Nadat bedoelde brigade zich bij dezen officier had aangesloten (zie schets, bijlage YI), werd gezamenlijk de beweging tegen Koeta Poetöïh voortgezet.

De commandant der genietroepen, die met zijn detachement eveneens behoord had tot de voorste troepen, welke de sterkte binnendrongen, liet, terwijl er nog binnen de sterkte gevochten werd, een bres maken in de W.-face en den inmiddels aan de Z.-zijde gevonden ingang, die zigzagsgewijze door de hindernissen heenliep en op verschillende plaatsen versperd was, openkappen.

Ten einde eenig denkbeeld te geven van de

sterkte der bentengs, diene nevenstaand schetsje van de O.-face der tweede versterking, waarin:

a.a. de borstwering,

b.b. een ± 3 M. breede pagar van verticaal in den grond geplaatste bamboedoeri,

c. een 5-10 M. breede strook, beplant met

randjoes, en

d.d. een bamboedoeri-pagar, minder zwaar dan die onder b. b. genoemd,

voorstellen.

De ingang aan de Z.-face dezer benteng was zoo sterk, dat de marechaussee er van af zag die binnen te dringen, niettegenstaande tengevolge van den aanval de vijanden naar de O.-face waren samengestroomd. Ook

Sluiten