Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Teupin Sirön naar Sawang marcheeren, terwijl de van Groot-Atjèhkomende brigades zich van Koeala Manè naar het aangewezen vereenigingspunt zouden begeven.

In den namiddag van den 30sten December 1901 was de colonne teSawang vereenigd.

Een poging tot verkenning der versterking Koeta Blang Djeurat, nog dienzelfden dag ondernomen, mislukte door onwil van het als gids medegevoerde hoofd van Sawang.

Besloten werd voor den nacht het bivak te betrekken te Sawang om van daar uit den volgenden morgen de verkenning te hervatten. Op hetterrein zou door den colonne-commandant worden uitgemaakt of de benteng nog dienzelfden dag, dan wel den daarop volgenden bij het aanbreken van den dag zou aangevallen worden.

Te voren ingewonnen berichten hadden vermeld, dat de versterking bestond uit een vierzijdige gebastionneerde redoute, waarvan de bastions op de N. W.- en Z. O.-saillanten lagen; voorts, dat zij omgeven was door een buitengracht met een ter verdediging ingericht glacis (schietkokers); dat zich om de versterking bevonden 5 hoöge dubbele bamboe-pagars metbamboedoeri (staande verhakkingen), waar tusschen en waar omheen een dichte randjoe-beplanting; de toegang zou zigzagsgewijze door de hindernissen voeren en door 5 zeer smalle poorten zijn afgesloten. Omtrent deborstwering was bericht, dat zij + 2.5 M. hoog was en bij het maaiveld een dikte zou hebben van ± 4 M.

Bekend met de wijze, waarop de Atjèher zijne versterkingen eene groote mate van stormvrijheid weet te verschaffen, moest in de eerste plaats eene verrassing worden beproefd. Met het oog daarop was het van grootbelang, dat de colonne niet in hare bewegingsvrijheid belemmerd zou worden door een langen trein. Bovendien werd er op gerekend, dat de troep des avonds in het bivak zou terug zijn.

Bagage- en vivrestrein zouden dus den volgenden dag in het bivak te-

Sluiten