Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwalingen, en kan dus evenmin als grondslag eener gezonde opvoedkunde en methodiek worden aanvaard.

Naar onze innige overtuiging is de scholastieke psychologie nog steeds het stelsel, dat de ware beginselen omtrent de menschelijke ziel verkondigt en met kracht van argumenten verdedigt.

Men zal in dit werk dus ook ontmoeten de vermogenstheorie volgens Aristoteles en de scholastieken. Of dit de „oude" vermogenstheorie is, die omspookt in vele onzer vaderlandsche handboeken voor paedagogiek, wij kunnen het helaas niet zeggen. Wij zijn er niet in geslaagd, er achter te komen, wat de schrijvers dier handboeken onder die „oude" vermogenstheorie verstaan. Wij wagen het zelfs te vermoeden, dat zij het zelf ook niet weten.

Naar de vermaningen van Leo XIII in zijn Encycliek Aeterni Patris houden wij ons aan de psychologie der scholastieken. Welke aanvallen men ook in later eeuwen op haar heeft gericht, steeds is zij ongedeerd uit den strijd gekomen, en immer straalden hare waarheden in helderder glans. Zij dus, die geroepen zijn, zich te wijden aan onderwijs of opvoeding, m.a.w. zij, op wie de verhevene en heerlijke taak rust om de ziel van het kind te ontwikkelen door het aanbrengen van kennis, door het vormen van den wil, zullen, naar wij hopen, met vrucht dit handboek der zielkunde gebruiken. Immers, wij streefden er niet alleen naar, om overeenkomstig de scholastieke beginselen een juist inzicht te geven in het wezen der ziel en haar voornaamste vermogens, n.1. de ken- en streefvermogens; maar wij trachtten tevens op meerdere plaatsen aan te toonen, hoe dat juiste inzicht in het nauwste verband staat met de wijze, waarop die ken- en streefvermogens bij het kind moeten worden ontwikkeld, hoe dus de scholastieke psychologie de basis kan en moet zijn onzer paedagogiek.

Geve God, bij Wien de ziel haar oorsprong vindt en voor Wien zij is bestemd, Zijn zegen aan onzen arbeid!

J. D. J. AENGENENT, Pr. CHR. L. WESSELING Mzn.

BIJ DEN TWEEDEN DRUK U

Bij het ter perse leggen van de tweede uitgave van ons handboek betuigen wij gaarne openlijk onzen dank voor de welwillende opmerkingen, die ons bij het verschijnen van den eersten druk gemaakt werden. Voor zoover het ons mogelijk was, en vooral voor zoover het bestek van

Sluiten