Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons werk, dat toch niet meer dan een handboek wil zijn, het toelaat, hebben wij er ernstig rekening mede gehouden.

Doch wat wij gemeend hebben, niet te mogen wijzigen, is het karakter van ons boek. Wij hebben het gelaten wat het was, namelijk een handboek voor wijsgeerige zielkunde. Want bij alle waardeering, die wij koesteren voor de beoefening der experimenteele zielkunde, blijven wij overtuigd, dat de onderwijzer, en in het algemeen ieder, die met opvoeding belast is, niet op de eerste plaats behoefte heeft aan de kennis der resultaten van die wetenschap, maar dat hij vóór alles noodig heeft een boek, waarin de zielkunde van wijsgeerige zijde wordt bezien, waarin dus gehandeld wordt over het wezen der ziel en hare vermogens, over het essentieele onderscheid tusschen zin en verstand, over de vrijheid van den menschelijken wil, over den oorsprong der ziel en hare eindbestemming. Dat blijven toch voor de opvoedkunde de fundamenteele vragen. En al is het voor geen tegenspraak vatbaar, dat de paedagogiek ook aan de resultaten der experimenteele zielkunde waardevolle gegevens kan ontleenen, die gegevens betreffen toch eigenlijk meer de techniek dan de fundamenten der opvoedkunde. Daarom is den katholieken onderwijzer vóór alles noodig kennis van wijsgeerige psychologie.

Het stemde ons tot vreugde, die meening te zien bevestigd door den hoogst bevoegden recensent van de eerste uitgave van ons handboek in De Studiën (dl. 83, blz. 81) Pater G. Louwerens. Hij stelt de vraag, of wij verkeerd zagen, toen wij zulk een sterk wijsgeerig karakter aan ons boek gaven, en geeft dan ten antwoord: „Wij gelooven het niet, —• althans zoo men opvoeding niet wil beperken binnen den engen kring eeniger aan te werven kundigheden, maar bedoelt in den zin eener vorming en ontwikkeling van het gansche kind tot een redelijk, zedelijk, maatschappelijk, godsdienstig wezen .... Dit heeft den schrijvers gestadig voor oogen gezweefd, en ook uit de hoogere rangen der katholieke onderwijzerswereld zijn stemmen opgegaan, om hun daarvoor dankbaarheid en instemming te betuigen."

Daar bestaat in onze dagen nog een bijzondere reden, waarom bij den opvoeder op de studie vooral van wijsgeerige zielkunde moet worden aangedrongen. Wie kennis neemt van de moderne opvoedkundige ideeën van den laatsten tijd, en o.a. bestudeeren wil het onlangs verschenen werk van Dr. Bavinck over De nieuwe opvoeding, waarin die ideeën aan een grondige critiek worden onderworpen, kan niet anders dan met de grootste bezorgdheid de toekomst te gemoet zien. Maar hij zal tevens overtuigd worden, dat die nieuwe paedagogische begrippen hun ontstaan te danken hebben aan de verwaarloozing of verwerping

Sluiten