Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de zuivere wijsgeerige theorieën over de ziel van den mensch. Wie zich dus vrij wil houden van het modernisme op paedagogisch terrein, moet vóór alles in die wijsgeerige theorieën worden geschoold.

Welnu, die wijsgeerige scholing kost tijd en niet geringe inspanning. En wij meenen eenvoudig de waarheid neer te schrijven, wanneer wij zeggen, dat het den onderwijzer in den regel aan gelegenheid ontbreekt, om zich bovendien nog in de experimenteele zielkunde te verdiepen. Wij kunnen het begrijpen, dat zij, die de wijsgeerige zielkunde als ondeugdelijk verwerpen, voortaan alle heil meenen te moeten verwachten van de experimenteele psychologie. Men zou zelfs in onzen tijd van een dwepen er mee kunnen spreken. En geen wonder, want het is niet voor de eerste maal, dat men, na eenmaal het deugdelijke te hebben weggeworpen, datgene wat er voor in de plaats werd aanvaard, met overdreven enthousiasme als het eenig-ware aanprees.

Wie echter dien weg nog niet is opgegaan, en nog steeds de wijsgeerige zielkunde als den voornaamsten gids voor de opvoedkunde blijft beschouwen, zal, bij alle waardeering voor de experimenteele psychologie, deze toch slechts de tweede plaats toekennen. En wanneer hij dan later den tijd daarvoor kan vinden, zal het hem niet aan boeken ontbreken, die hem daarover voldoende kunnen inlichten. Wij sluiten ons gaarne aan bij het gezaghebbend oordeel van Pater Louwerens in De Studiën: „Aan leerboeken, die handelen over experimenteele psychologie, is op dit oogenblik minder gebrek, en hoe meer hun aantal toeneemt, des te meer wordt de behoefte gevoeld aan een werk, waarin die experimenten met hun verklaring eens worden getoetst aan hoogere beginselen". En verder: „Wij gelooven, dat, gelet op de moderne geestesstroomingen, het van veel grooter belang is, de overtuiging te vestigen, dat er buiten de experimenteele nog een fundamenteele, wijsgeerige psychologie bestaat". Dit alles belette ons evenwel niet, om in de inleiding van deze tweede uitgave een overzicht te geven van de experimenteele zielkunde, zooals zij in onze dagen beoefend wordt, en ook te wijzen op de methoden, die daarbij worden aangewend. Bovendien achtten wij het nuttig, om op meerdere plaatsen van ons werk enkele punten uit de experimenteele psychologie aan te stippen, die van bijzonder belang voor den onderwijzer mogen geacht worden. Het innig verband, waarin positieve en wijsgeerige zielkunde tot elkander staan, wettigt zulks volkomen. Wij herhalen ten slotte onzen wensch, dat God, bij Wien de ziel haar oorsprong vindt en voor Wien zij bestemd is, onzen arbeid moge zegenen.

J. D. J. AENGENENT, Pr. CHR. L. WESSELING Mzn.

Sluiten