Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfstandigheid; actus = werking). Ook zij spreken dus van een zielkunde zonder ziel; hun psychologie gaat geheel op in de beschrijving van het tot stand komen der psychische verschijnselen.

c. Toegegeven, zoo zegt een derde groep, dat de mensch een ziel bezit, die onderscheiden is van de gewone krachten der stof en de zelfstandige drager is der psychische verschijnselen, dan is die ziel toch niet wezenlijk onderscheiden van de dierenziel. Ook in het dier komen werkingen voor, die niet door de gewone krachten der stof kunnen worden verklaard. Ook in het dier moet dus een zelfstandige drager der psychische verschijnselen worden aangenomen. Welnu, het eenige verschil, dat er tusschen menschen- en dierenziel bestaat, is een graadverschil en niet een wezensverschil; in wezen zijn zij niet onderscheiden. De aanhangers van dit stelsel zijn de sensisten; zij meenen, dat de verstandelijke kennis, die den mensch eigen is, niets anders is dan fijnere, zinnelijke kennis, welke ook aan het dier toekomt. (Sensus = de zinnen). Een voorstander van deze theorie is b.v. Brehm met zijn dikke boeken over Het leven der dieren.

d. Tegenover deze drie richtingen staat de leer der christelijke wijsbegeerte, der scholastiek, met een drieledig betoog.

Tegenover de materialisten bewijst zij, dat de plantaardige, de zinnelijke en de verstandelijke werkingen van den mensch niet kunnen verklaard worden door de gewone krachten der stof.

Tegenover de psycho-physische parallelisten verdedigt zij, dat er een zelfstandige drager der psychische werkingen in den mensch moet aanwezig zijn.

Tegenover de sensisten toont zij aan, dat er een wezenlijk onderscheid bestaat tusschen menschen- en dierenziel.

De vraag, of de mensch eene ziel bezit, is alzoo eene uit drie onderdeden samengestelde vraag; en het antwoord zal dus ook drieledig moeten zijn. Bewijst men alleen, dat er werkingen in den mensch zijn (vegetatieve, sensitieve, en intellëctieve), die niet door de gewone stoffelijke krachten kunnen verklaard worden, dan bestrijdt men wel het materialisme; doch dit stelsel heeft reeds grootendeels afgedaan, en de groote strijd onzer dagen loopt eigenlijk veel meer over het zelfstandigheidskarakter der ziel. Daarom moet op de tweede plaats noodzakelijk tegenover de psycho-physische parallelisten bewezen worden, dat de ziel is eene zelfstandigheid, en niet een reeks of een som van werkingen. Eindigde men hier de bewijsvoering, dan bleef men eigenlijk nog halverwege staan. Want ook in de dieren worden werkingen waargenomen (n.1. de vegetatieve en de sensitieve), die evenmin door de gewone stoffelijke krachten kunnen worden verricht, en waarvoor eveneens een bestaansbeginsel,

Sluiten