Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of bewuste leven van het dier alleen in zoover ter sprake brengen, als het dienstig kan zijn om door analogie of contrast het psychisch leven van den mensch te illustreeren.

Onder zielkunde verstaan wij dus de wetenschap van het psychische leven in den mensch.

II. Indeeling. 1°. Het psychische of bewuste leven in den mensch kan men onder tweevoudig opzicht bestudeeren. Op de eerste plaats kan men de aandacht vestigen op de uitingen of verschijnselen van het psychische leven, m.a.w. op de psychische werkingen, die in den mensch plaats hebben. Men kan vervolgens trachten door te dringen tot de metaphysische verklaringsbeginselen dier werkingen, d.w.z. tot verklaringsgronden, die boven het bereik liggen van de zinnelijke waarneming.

Doet men alleen het eerste, dan beoefent men empirische of experimenteele of positieve zielkunde. Men blijft dan namelijk staan op het gebied der ervaring of der empirie. Door observatie en vooral door het experiment (d.i. het wetenschappelijke en methodische onderzoek van opzettelijk opgewekte psychische verschijnselen) tracht men een juist inzicht te verkrijgen in de psychische uitingen van den mensch en ze in klassen of groepen onder te brengen; men tracht vervolgens de algemeene wetten op te stellen, die daaraan ten grondslag liggen. Aldus opgevat, is de zielkunde een tak der natuurwetenschappen, behoort zij dus tot het complex van die wetenschappen, die men noemt de positieve; vandaar de naam positieve zielkunde. Zij is dus vooreerst beschrijvend, in zoover zij de psychische verschijnselen beschrijft en classificeert, en vervolgens verklarend, in zoover zij in de algemeene wetten de verklaringsgronden geeft van die verschijnselen.

Men kan echter ook, zooals wij boven zeiden, het onderzoek van het bewuste leven van den mensch uitstrekken tot diepere verklaringsgronden, dan die welke in de algemeene wetten worden uitgedrukt. Men kan namelijk ook gaan zoeken naar verklaringsbeginselen, die boven de empirie uitgaan, m.a.w. naar de bovenzinnelijke of metaphysische verklaringsgronden. Doet men dit, dan beoefent men metaphysische of wijsgeerige zielkunde. Deze stelt zich dus ten doel de innerlijke constitutie of het wezen der menschelijke ziel te achterhalen en tevens haar oorsprong en haar toekomst vast te stellen. Volgens de scholastieke wijsbegeerte nu is de ziel in het bezit van verschillende vermogens, welke de onmiddellijke bovenzinnelijke verklaringsgronden zijn der psychische werkingen. De leer over die vermogens vormt het eerste deel der wijsgeerige zielkunde; terwijl dan de leer over de ziel zelve, waarin die vermogens wortelen en die als de laatste of diepste verklaringsgrond der psychische ver-

Sluiten