Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naren zijn te allen tijde bevoegd de uitlevering te vorderen van de in bezit te nemen waren.

6. De Nood-Boschwet van 30 Augustus 1917 (Staatsblad No. 575). Zij machtigt den minister van Landbouw, Nijverheid en Handel om in de bijzondere omstandigheden, in het belang van de voorziening in de behoeften van brandstoffen, mijnhout, heipalen of werkhout, tot bewaking van natuurschoon of ter voorkoming van het vellen van onrijp hout, zoowel voor het geheele grondgebied des rijks als voor een gedeelte daarvan, in het algemeen of in bijzondere gevallen, het vellen van bosschen en andere houtopstanden, geheel of gedeeltelijk te verbieden of niet dan voorwaardelijk toe te staan. Zoodanig verbod is niet van toepassing op bosschen en andere houtopstanden, indien ten gencege van den minister door den eigenaar of rechthebbende wordt aangetoond, dat dit vellen noodzakelijk is voor een normale boschexploitatie, dan wel indien dit vellen geschiedt door het bevoegd gezag, krachtens de wet.

tegelijkertijd werd aan de Onteigeningswet een nieuwe titel toegevoegd, krachtens welke, in de bijzondere omstandigheden, krachtens bijzonderen schriftelijken last van den minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, met hetzelfde doel, bosschen en andere houtopstanden, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk voor het rijk, eene provincie of gemeente tegen schadeloosstelling kunnen worden onteigend. Van de onteigening (waartoe niet wordt overgegaan dan nadat getracht is, den eigendom in der minne te verkrijgen) wordt eene schriftelijke verklaring opgemaakt en in afschrift aan den belanghebbende uitgereikt. Door die uitreiking gaat de eigendom op de onteigenende partij over. Daarbij wordt een termijn van ten hoogste twee jaar bepaald, binnen welken het hout van het terrein moet zijn verwijderd. Bij gebreke van verwijdering binnen den bepaalden termijn, vervalt het hout aan den onteigende.

Is omtrent de schadeloosstelling wegens onteigening geen overeenstemming verkregen, dan wordt zij geschat door drie deskundigen, aangewezen door den kantonrechter. Wordt daarbij geen meerderheid verkregen, dan wordt de schadeloosstelling bepaald op 1/3 van de som der geschatte bedragen. Zoodra het bedrag vaststaat, zorgt het departe-

Sluiten