Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kreeg hij den rang van Connétable. In die waardigheid nam hij Pontorson (1428), doch stiet het hoofd voor St. James-de-Beuvron. Eenen tijd lang was hij oppermachtig. Hij liet Pierre de Giac, eenen gunsteling des konings, die eenen slechten invloed op dezen uitoefende, ombrengen en wist hem te doen vervangen door Georges de La Trémoille, weldra zijnen doodsvijand. Reeds in 1428 viel hij door diens invloed in ongenade. Hij brak toen met den koning. Toen hij echter zag hoe hachelijk de zaken voor Frankrijk stonden, verzoende hij zich weder; doch La Trémoille wist hem van het hof verwijderd te houden 1). Hij streed toen veel in Bretagne, nu eens voor zijnen broeder tegen Alencon, dan weder voor zich tegen La Trémoille. 's Konings gunst herwon hij nadat hij La Trévioille had laten oplichten en verwijderen: zijn vroegeren invloed kreeg hij echter niet weder.

Bij den vrede van Atrecht (1435) was hij gezant des konings. Daarna bedreef hij nog vele krijgsdaden tot 1450 toe. Toen veroverde hij Normandië en werd gouverneur van dat gewest. Na den dood van zijnen neef Pierre II werd hij in 1457 Hertog van Bretagne. Reeds het volgende jaar stierf hij.

DUNOIS.

Wij gebruiken hier den naam, waaronder de zoogenaamde Bastaard van Orleans bekend staat, hoewel het graafschap Dunois hem eerst in 1439 ten deel viel.

Jean d'Orleans, Comte de Mortaing, de Gien et de Porcéan, Yicomte de St. Sauveur, Seigneur de Vaubonnais en Dauphiné, de Theis, de la Pierre, de Duvaine,

*) Hij woonde de kroning niet bij.

Sluiten