Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den griffier opgemaakt een proces-verbaal of relaas, hetwelk door de commissarissen en hem wordt onderteekend.

Art. 77. Indien de Landraad van oordeel is, dat de I zaak door een onderzoek of eene opneming door deskundigen kan worden toegelicht, kan hij de zoodanigen, op verzoek van partijen of van ambtswege, benoemen.

In dat geval wordt de rechtdag bepaald, op welken de deskundigen hun verslag, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, zullen uitbrengen en beëedigen.

Tot deskundigen mogen niet worden benoemd zij, die als getuigen niet zouden mogen gehoord, of als zoodanig gewraakt zouden kunnen worden.

De Landraad is in geen geval verplicht het door de deskundigen geuit gevoelen te volgen, indien zijne overtuiging daartegen strijdt.

Art. 78. Indien de gegrondheid der vordering, of die van de daartegen ingebrachte verdediging niet geheel bewezen, maar ook niet van alle bewijs ontbloot is, en er geene mogelijkheid bestaat om haar door andere bewijsmiddelen verder te staven, kan de Landraad ambtshalve aan ééne der partijen den gerechtelijken eed opleggen, hetzij om daarvan de beslissing der zaak te doen afhangen, hetzij om daardoor een toe te wijzen bedrag vast te stellen.

In het laatste geval moet de Landraad de som bepalen, tot welker beloop de eischer op zijnen eed zal geloofd worden.

Art. 79. Ook kan zelfs dan, wanneer er geenerhand bewijs is bijgebracht om de vordering of de daartegen ingebrachte verdediging te staven, de eene partij aan de andere den gerechtelijken eed opdragen, om de beslissing der zaak daarvan te doen afhangen, mits die eed betrekking hebbe tot eene daad, welke persoonlijk is verricht door dengene, van wiens eed men de beslissing wil afhankelijk stellen.

Indien deze daad eene daad is van beide partijen, kan

. R. 158

I. R. 159 I. R. 160

Sluiten