Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. R 167.

Art 158. De bewijsmiddelen bestaan in:

het schriftelijk bewijs ;

het bewijs door getuigen;

de vermoedens;

de bekentenis;

den eed;

alles met inachtneming der regelen, bij de volgende artikelen voorgeschreven.

I. R. 168.

Art. 1 59 Eene authentieke acte, dat is de zoodanige, welke in den wettelijken vorm is verleden door of ten overstaan van de openbare ambtenaren, die daartoe bevoegd zijn ter plaatse waar zulks is geschied, levert tusschen partijen en de erfgenamen en rechtverkrijgenden van deze een volledig bewijs op van hetgeen daarin vermeld staat, en zelfs van hetgeen daarin als een bloot te kennen geven voorkomt; dit laatste echter alleen voorzoover het te kennen gegevene in een dadelijk verband staat met het onderwerp der acte.

B. W. 1874.

Art. 160. Als onderhandsche geschriften worden aangemerkt onderhands geteekende acten, brieven, registers, huiselijke papieren en andere schriften, welke zonder tusschenkomst van eenen openbaren ambtenaar zijn opgemaakt

B. W. 1875.

Art. 161. Onderhandsche geschriften, afkomstig van Inlanders of met hen gelijkgestelde personen, welke erkend zijn door hen, tegen wie men zich daarop beroept, of welke op eenige wettige wijze voor erkend worden gehouden, leveren ten aanzien van de onderteekenaars en hunne erfgenamen en rechtverkrijgenden, hetzelfde volledig bewijs op als eene authentieke acte.

B. W 1876.

Art. 162. Hij, tegen wien men zich op een onderhandsch geschrift beroept, is verplicht zijn schrift of zijne handteekening stellig te erkennen of te ontkennen, doch zijne erfgenamen of rechtverkrijgenden kunnen volstaan met te verklaren, dat zij die niet erkennen als het schrift of de handteekening van dengene, wien zij vertegenwoordigen.

Sluiten