Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4e. De Magistraat houdt het onderzoek persoonlijk en kan zich daarbij door één of meer deskundigen doen voorlichten, die vooraf den eed zullen afleggen dat zij hun gevoelen geheel naar waarheid, immers naar hun beste weten, zullen uitbrengen. Van zijn onderzoek maakt hij proces-verbaal op (Stb. 1901 n". 480 art. IW).

I. R. 79. I. R. 80.

Art. 266. Wanneer de Magistraat in de bij artikel 265 bedoelde rapporten, relazen en verdere bescheiden, of in de stukken van het nader onderzoek, voldoenden grond vindt om een bepaald persoon, die nog niet is aangehouden, rechtens verdacht te houden zich te hebben schuldig gemaakt aan eenig strafbaar feit, dat gevangenis of eene zwaardere straf ten gevolge kan hebben, kan hij diens aanhouding en opzending bevelen, en tevens, zoo noodig, gelasten, dat de getuigen mede zullen opkomen om te worden gehoord. (Stb. 1901 n°. 480 art. IVe).

Overigens beveelt hij, dat de nog niet aangehoudene rechtens van eenig strafbaar feit verdachte personen, wier inhechtenisstelling niet noodig wordt geacht, op eenen door hem bepaalden dag voor hem zullen verschijnen of bij onwil worden gebracht.

Art. 267. De Magistraat doet wekelijks op éénen of meer bepaalde dagen, na kennis genomen te hebben van de ter zake betrekkelijke stukken, de gevangenen, die laatstelijk in zijn ressort zijn opgevat of derwaarts overgebracht, evenzeer als de in de laatste alinea van het vóórgaand artikel bedoelde personen, vóór zich verschijnen en ondervraagt hen in tegenwoordigheid van den Inlandschen Officier van Justitie, indien een zoodanig ambtenaar ter plaatse bescheiden is, en anders van het in art. 5 bedoelde Hoofd, evenzeer als de getuigen, zoo die aanwezig mochten zijn.

I. R. 86.

Art. 268. Wanneer de Magistraat, na de ondervraging bij het vóórgaand artikel bedoeld, van oordeel is, dat er geen genoegzame grond bestaat ter verdere vervolging van

Sluiten