Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij uitwendige palpatie alleen. Eindelijk is door bimanueele palpatie, en vooral wanneer men den inwendig onderzoekenden vinger niet in de vagina, maar in het rectum brengt, reeds in de tweede en derde zwangerschapsmaand een zeer bijzonder zwangerschapsteeken te vinden, door Hegar het eerst beschreven. Gaat men, terwijl de uitwendige hand het corpus uteri naar beneden en wat achterover drukt, met den inwendigen vinger langs de achterzijde der baarmoeder naai boven, dan glijdt die vinger eerst langs de cervix, en komt dan aan het onderste gedeelte van het baarmoederlichaam. Hoewel nu beide deelen van den uterus door de zwangerschap weeker geworden zijn, voelt de vinger op de grens van corpus en cervix een smal, nog veel weeker gedeelte, zoo week soms, dat het is, alsof daar het weefsel ontbrak. Die weeke ring is het zwangerschapsteeken van Hegar, en vooral bij vrouwen die meer gebaard hebben, is hij dikwijls buitengemeen duidelijk waar te nemen. En als de ring van Hegar duidelijk te voelen is, dan kan men hem als een bijna zeker teeken van zwangerschap beschouwen. Gevaar voor vergissing bestaat hier alleen, wanneer men met een puerperalen uterus post abortum te doen heeft. Voor zulk een vergissing behoedt alleen het letten op de andere verschijnselen, die op een voorafgeganen abortus wijzen. Is de ring niet duidelijk, dan is daarmede echter de mogelijkheid van zwangerschap niet uitgesloten.

Minder dikwijls, maar soms zeer duidelijk, is een ander zwangerschapsteeken der eerste maanden waar te nemen, waarop door Bar en anderen gewezen is. Dit bestaat in ongelijke grootte en ongelijke consistentie der beide uterushelften. Het verschil in grootte tusschen beide uterushelften is lang niet altijd waarneembaar, doch somwijlen zoo sterk, dat het aanleiding geeft tot de verkeerde diagnose van uterus bicornis, of zelfs, wat erger is, van graviditas extrauterina, zooals mij en ook anderen overkomen is. Het verschil in dikte is haast nooit, doch het verschil in consistentie is daarentegen dikwijls buitengemeen duidelijk. Zonder twijfel heeft men daarbij niet met een contractieverschijnsel te

Sluiten