Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruwheid, het tuberculum ilio-pubicum, over. Tusschen de beide schaambeens- en de beide zitbeenstakken blijft een ongeveer ovale opening, het foramen obturatum, over.

Eindelijk ontstaat, zooals gezegd, op de plaats van samenkomst der drie, het heupbeen samenstellende beenderen het bijna bolvormig uitgeholde acetabulum.

Door de aaneenvoeging der schaambeens-uiteinden van de twee heupbeenderen en door tusschenvoeging van het sacrum met zijn oorvormige vlakten tegen de overeenkomstige vlakten der heupbeenderen wordt nu de beenige ring gevormd, dien wij als het bekken kennen. De verbindingen tusschen de verschillende beenderen zijn ware gewrichten, die altijd eenige beweging toelaten, bij den man minder dan bij de vrouw en, wat voor den verloskundige veeltijds van het grootste belang is, bij de vrouw in den laatsten tijd der zwangerschap veel meer dan bij de niet-zwangere. Aan de voorzijde, in de verbinding tusschen de beide schaambeenderen is de gewrichtsspleet zoo nauw en wordt zij voor een zoo groot deel door bandmassa vervangen, dat men voor dit gewricht den onjuisten, maar vooral ook in samenstellingen gebruikten naam symphysis ossium pubis gemakshalve kan blijven behouden. De articulatio pubica, gewoonlijk dus symphysis genoemd, wordt aan alle zijden omgeven door een stevige bandmassa, naar beneden toe door een versterkingsband , het ligamentum arcuatum, nog krachtiger gemaakt. In dit gewricht is verplaatsing der beide beenderen mogelijk in vertikale richting. Men kan die beweging waarnemen als men den wijsvinger in de vagina tegen de onder- of achtervlakte en den duim van buiten op den bovenkant der symphysis plaatst. Wanneer dan de vrouw beurtelings op één been gaat staan of nog beter met kleine passen loopt, voelt men het schaambeen aan de zijde van het been, waarop zij staat, naar boven gaan.1) Hartog vond bij een onderzoek van 233 gravidae een verschuiving van ± 1 mM. in 26,5%, van 3—7 mM. in 40°/o en van meer dan 7 mM. in 33,5%

') C. M. Hartog, De klinische beteekenis van de bewegelijkheid der bekkengewrichten voor de baring Diss. Utrecht, 1901.

Sluiten