Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zaken anders. De door de uteruscontractie ontstaande verhooging van den inhoudsdruk der baarmoeder perst dien inhoud naar beneden, de vochtblaas vooruit en dan het voorliggende kindsdeel, en rekt daarmede het ostium uteri internum op de boven besproken wijze. Doch tevens trekt de uterus, de laag van het doode punt als middel tot overbrenging van zijn kracht gebruikend, ook de cervix gaandeweg mee naar boven. Op die wijze wordt dan langzamerhand het zachte baringskanaal gescheiden in twee deelen, waarvan het bovenste de uterusspier, het onderste de in alle richtingen gerekte cervix met de eveneens in alle richtingen, maar vooral in transversale richting gerekte vagina is.

Bij de normale baring wordt klinisch meestal niet anders dan de beschreven werking van uterus en vagina waargenomen, en merkt men van een rekking van de laag van het doode punt niets. Toch bestaat deze laatste ook daarbij, al is zij onder die omstandigheden meestal slechts door het anatomisch onderzoek aau te toonen. Gemakkelijker is het, bij abnormale baringen de rekking van de laag van het doode punt waar te nemen, en dan zich daarna een voorstelling te maken van wat er onder normale omstandigheden geschiedt. Stel het geval, dat het voorliggende deel der vrucht moeilijkheid ondervindt, om in den bekkeningang te komen, hetzij door wanverhouding tusschen de grootte van den schedel en de ruimte van het bekken (bekkenvernauwing, hydrocephalus), of wel door een ongunstige ligging der vrucht (schouderligging) dan zal door de uteruscontracties het voorliggende deel op den bekkeningang vastgedrukt, maar niet direct in de cervix geperst worden. Dientengevolge zal de transversale rekking van de cervix veel geringer zijn, en daardoor weer haar overlangsche rekking minder gemakkelijk gaan. De trekking naar boven, aan de laag van het doode punt door den uterus uitgeoefend , zal dus sterker moeten zijn dan anders, en die laag, het handvatsel van de uterusspier, zal sterker gerekt worden. En dat kan men niet alleen anatomisch doch ook klinisch waarnemen. Men voelt en ziet dan boven de symphysis de grens tusschen het naar boven geretraheerde baarmoederlichaam

i

Sluiten