Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeveer 11 cM. bedraagt. Doch ook bij de geboorte in kruinligging wordt de schedel, wanneer deze niet buitengemeen klein is, vervormd, en wel zoodanig, dat de streek van de groote fontanel gaat uitpuilen, de distantia suboccipitobregmatica grooter wordt, en daarentegen de schedel in voorachterwaartsche richting wordt samengedrukt, derhalve de diameter fronto-occipitalis in lengte afneemt (tig. 105).

Is eenmaal het achterhoofd over het perineum geboren, dan valt daarna de schedel achteruit, en het aangezicht komt Fig. 105. onder de symphysis voor

den dag.

Bij de kruinligging komt nu eveneens, zij het ook nog zeldzamer dan dit reeds bij de achterhoofdsligging het geval was, de spildraai in verkeerde richting voor. Dan draait dus de diep staande groote fontanel naar achter en de minder diep staande kleine fontanel naar voren. Onder die omstandigheden geschiedt de rotatie van den schedel uiterst moeilijk en meestal niet zonder kunst-

Schedelvervorming na kruingeboorte hulp van eenigerlei aard.

(naar Bumm). Het kan dan gebeuren, dat

zich de streek van de kleine fontanel onder den schaambeensboog plaatst en het aangezicht over het perineum roteert. Of wel, zonder rotatie om de symphysis, komen gelijktijdig het voorhoofd over het perineum en het achterhoofd langs den schaambeensboog naar buiten. Dat noch het een, noch het ander kan geschieden, zonder dat aan de rekbaarheid van het perineum buitengewoon hooge eischen gesteld worden, is duidelijk, en derhalve niet minder, dat de kans op eene ruptura perinei hier buitengemeen groot moet zijn.

Sluiten