Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo goed als altijd onvruchtbaar blijken, zoodat men, wanneer men werkelijk reden heeft de hoofdligging te verkiezen, het daarop niet mag laten aankomen.

Maar, zooals boven gezegd, juist bij de schouderligging breken de vliezen dikwijls vroegtijdig en de vraag is, wat men dan zal hebben te doen. Aangezien men op spontanen afloop der schoudergeboorte niet rekenen mag, en de keering op het hoofd hier tegen-aangewezen is, blijft er slechts één ding over en dat is: van de schouderligging eene voetligging te maken en het kind aan den voet uit te halen. De eenige moeilijkheid is hier weer het bepalen van het tijdstip, waarop men de keering op den voet heeft te doen. Men moet haar tocb noch te vroeg, noch te laat doen.

Te vroeg doet men in dit geval de keering, wanneer daarop niet dadelijk de extractie kan volgen, of deze moeder of kind of beiden aan noodelooze gevaren blootstelt. Verricht men de keering op den voet, terwijl uithalen van het kind nog geheel onmogelijk is zonder voorafgaande andere, niet geheel ongevaarlijke kunstbewerkingen (ontsluiting beneden 4—5 centimeters), dan moet men de verdere uitdrijving der vrucht aan de natuur over laten. En dan is de kans, een levend kind te zien geboren worden, niet groot.

Wordt de keering gedaan bij eene ontsluiting van 5 7 centimeters, dan is de extractie mogelijk, maar levert gevaar op voor ver gaande verscheuringen der cervix uteri, dus nadeel voor de moeder, en voor bemoeilijkte passage van het hoofd door het ostium, dus levensgevaar voor de vrucht. Slechts waar eene bepaalde indicatie tot het ten einde brengen der baring bestaat, zal men dus onder de beide genoemde minder gunstige omstandigheden reeds tot de keering overgaan en daaraan dan de kunstmatige verwijding van den baar-

moedermond laten voorafgaan.

Te laat begint men aan de keering, wanneer deze door het afwachten moeilijker, d. w. z. in de eerste plaats gevaarlijker voor het kind, geworden is dan noodig was, en veel te laat, wanneer de liggingsverandering der vrucht niet dan met groot gevaar voor de moeder kan geschieden, of zelfs wegens

Sluiten