Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Baarmoederkanker1)

Het uteruscarcinoom mag bij de rigiditeit van het collum uteri besproken worden, omdat het corpuscarcinoom voor den obstetricus van geen beteekenis is om twee redenen. Ten eerste, omdat zeker uiterst zelden, zoo ooit (Hofmeier), een uterus met corpuscarcinoom zwanger wordt en de combinatie dier twee toestanden nooit is waargenomen, zoodat dus de kans, dat men haar vinden zal, uiterst gering is en ten tweede, omdat het corpuscarcinoom, wanneer het al tijdens de zwangerschap bestond öf onopgemerkt blijven, öf tot abortus aanleiding geven zou. In beide gevallen is de zaak post partum van gynaekologischen en niet van obstetrischen aard.

Beide soorten evenwel van carcinoom van het collum uteri, het cancroide zoowel als het kliercarcinoom, kunnen öf voor de zwangerschap bestaan of tijdens de graviditeit ontstaan.

De zwangerschap heeft op beide soorten van carcinoom denzelfden invloed n.1. deze, dat de nieuwvorming, dank zij de zwangerschapshyperaemie, sneller groeit dan anders het geval zou zijn. Enkele uitzonderingen schijnen echter op dezen regel voor te komen.

Daarentegen heeft de nieuwvorming op de zwangerschap het effect, dat zij de kans op ontijdig of vroegtijdig afgebroken worden der graviditeit zeer sterk vermeerdert.

De diagnose wordt op volkomen dezelfde wijze gesteld als buiten de zwangerschap. Ook hier zal men, bij twijfel aan den aard van een waargenomen ulceratie of knobbel, een stuk voor mikroskopisch onderzoek excideeren, zonder dat men dientengevolge voor abortus behoeft te vreezen.

Voor de therapie dient men verschil te maken hiertusschen, of het carcinoom tijdens de graviditeit of eerst durante partu ontdekt wordt.

l) Cf. G. H. van der Me ij. Over de complicatie van zwangerschap met baarmoederkanker. Geneesk. bladen II. 1895 en S. Winkel, Over het verloop en de behandeling van carcinoma uteri tijdens zwangerschap en baring. Diss. Amsterdam. 1902.

Sluiten