Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Classificatie eu algemeene pathologie der bekkenanomalieën.

Hendrik van Deventer die, zooals gezegd, het eerst de aandacht vestigde op de bekkenvernauwingen als oorzaak van stoornissen bij de baring, kende als abnormale bekkensoorten het te kleine, het te groote en het platte bekken. Later heeft men de bekkens nauwkeuriger naar hun vorm onderscheiden en in de laatste jaren is van verschillende zijden (la Torre, F och i er) weer opnieuw getracht eene indeeling te maken, die de bekkens in enkele groote groepen scheidt en alleen rekening houdt met den vorm van den bekkeningang. Praktisch moge vooral de vernauwing van den bekkeningang de meeste beteekenis hebben, het gaat toch niet aan de somwijlen hoogst belangrijke uitgangsvernauwingen over het hoofd te zien. En van het natuurhistorisch standpunt is een dergelijke, praktisch-verloskundige indeeling ten eenenmale af te keuren. Het schijnt mij dan ook verreweg te verkiezen eene zuiver aetiologische indeeling der bekkenanomalieën te maken, al zijn daaraan ook eenige bezwaren verbonden. De aetiologische momenten voor de ontwikkeling van een abnormaal bekken zijn dezelfde, als die gelden voor bet normale bekken. Als zoodanig hebben wij besproken den aangeboren aanleg en groeirichting, den invloed van den romplast in verband met de vereeniging der bekkenhelften in de symphysis en den tegendruk der femora en eindelijk de aanwezigheid van normaal zich ontwikkelende genitaliën. Het laatste heeft natuurlijk voor den obstetricus geen belang en

Sluiten