Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G en C' de tubercula iliopectinea en 1 en I' de tnbera ischii. Vereenigt men aan beide zijden de spina a. s. met het tuber ischii en trekt men die heupdoornzitknobbellijnen door tot zij elkaar snijden, dan geeft de hoek dier beide lijnen der onderlingen stand der beide heupbeenderen aan. Hoe meer de spinae a. s. van elkaar wijken en de tubera ischii naar

Fig. 192.

S

elkaar toe komen, hoe stomper de hoek der heupdoornzitknobbellijnen wordt en omgekeerd.

Wil men deze figuren gebruiken voor de vergelijking van bekkens van verschillende leeftijden en dus van verschillende grootte, dan maakt men de figuren niet volgens de absolute maten, maar volgens procentarisch berekende maten. Daarbij stelt men voor elk bekken de breedte van het sacrum tus-

Sluiten