Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

adductie gefixeerd been rondloopt. Het gezonde been wordt dan hoofdzakelijk voor steun van den romp gebruikt. Het gevolg daarvan zal zijn een verplaatsing van het heupbeen der gezonde zijde naar achter, boven en binnen. De adductie wordt door scoliose met convexiteit naar de gezonde zijde gecorrigeerd. Deze scoliose werkt in denzelfden zin als het meerdere gebruik van het gezonde been. De asymmetrie bereikt dientengevolge een hoogeren graad dan bij den eerstgenoemden vorm, waar de beide factoren elkaar tegen werken. Versmalling van den sacraalvleugel wordt aan beide typen waargenomen.

Aan beide typen ziet men eindelijk in meerdere of mindere mate het effect van een andere, aan de coxitis secundaire, verkromming der lendenwervelkolom: van een versterkte lordose, die het gevolg is van de bekkenliellingsvermeerdering, welke de flexiestand van het been corrigeert. Bij sommige coxitisbekkens vindt men zelfs een typisch lordosesacrum.

Aan den bekkenuitgang is de toestand niet altijd gelijk. Wel is waar wordt, als de coxitislijder zit, alleen de gezonde kant tot steun gebruikt, maar dat geschiedt niet altijd op dezelfde wijze. Zit de patiënt gewoon, dan zal ook hier het tuber ischii der gezonde zijde naar buiten gezeten worden. Maar meestal is dit niet het geval en wordt bij het zitten de zieke kant geheel vrij van druk gelaten, zoodat daarbij tegen de buitenvlakte van het gezonde tuber ischii gedrukt wordt. Dan is het gevolg, ingedrukt worden van den zitbeensknobbel en dus eene vernauwing van den uitgang in dwarse richting.

De geheele vormverandering in het coxitische bekken is in den regel niet zoo sterk, dat daardoor stoornissen van de baring te wachten zijn x). Het meeste gevaar bestaat nog door de eventueele uitgangsvernauwing, die gemakkelijk te contröleeren is en aan het bekken de beteekenis van een trechterbekken geeft.

Bekkens met dubbelzijdige coxitis zijn uiterst zeldzaam. Een

l) L. W. H. Tjeenk Willink. Bekkenveranderingen na heupgewrichts-

ontsteking. Diss. Leiden 1897.

Sluiten