Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Kunstmatige misgeboorte.

Onder kunstmatige misgeboorte, abortus arte provocatus, verstaat men het op goede gronden verrichte afbreken der zwangerschap, voor de vrucht levensvatbaar is, dus vóór de 28e week der zwangerschap. Met het leven van het kind wordt daarbij derhalve geen rekening gehouden en de algemeene indicatie voor den abortus arte provocatus wordt dus geleverd door gevaren, die tengevolge der zwangerschap het leven of de gezondheid der moeder bedreigen en waartegen geen andei' middel bestaat. Hoe eenvoudig deze algemeene indicatie nu ook schijnt, in een gegeven geval is de beslissing hieromtrent lang niet altijd gemakkelijk. Om verschillende redenen doet men goed die beslissing nooit alleen, doch altijd na gepleegd overleg met een ambtgenoot te nemen. De eerste reden is, dat men, bij de beantwoording der vraag of abortus opgewekt moet worden of niet, aan de eene zijde niet te snel een bevestigend antwoord mag geven, om niet noodeloos het kinderlijke leven op te offeren, maar aan de andere zijde ook niet te lang moet wachten met dat antwoord, om geen gevaar te loopen van eerst de operatie te verrichten, als het leven der moeder niet meer te redden is. Met name geldt dit laatste voor sommige ziektetoestanden der vrouw, en nu is het duidelijk, dat de medicus, die dagelijks de zwangere patiënte ziet, niet zoo nauwkeurig beoordeelen kan, of de zwangerschap nog mag Mij ven voortduren of niet, als de collega die, in consult geroepen , een verschen indruk van het geval krijgt.

De tweede reden is, dat het Strafwetboek hem (of haar)

Sluiten