Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval zal men onder deze omstandigheden de zwangerschap veertien dagen voor het berekende einde afbreken.

De grootste moeilijkheid levert de bepaling van het tijdstip der operatie, wanneer zij op grond van de meest voorkomende indicatie, wegens bekkenvernauwing, verricht wordt.

Men heeft vooral daarbij in het oog te houden, dat het opwekken der vroeggeboorte een tweeledig doel heeft, n.1. het doen geboren worden van een levend kind, dat in staat is, zelfstandig te blijven leven, en het opheffen van de gevaren voor de moeder, die aan de geboorte van een voldragen kind zijn verbonden. Hieruit volgt dus, dat wanneer de operatie te laat verricht wordt, de gevaren voor de moeder weinig minder zullen zijn en het kind toch tijdens de baring bezwijkt of moet worden opgeofferd, terwijl omgekeerd, wanneer de operatie te vroeg wordt verricht, het kind geringere levensvatbaarheid heeft en dus gevaar loopt spoedig na de geboorte te sterven. Het bepalen van het tijdstip, waarop de vroeggeboorte moet worden opgewekt, valt dus samen met het bepalen van de verhouding tusschen de ruimte van het bekken en de grootte van het kind op een gegeven oogenblik. De grootte van het geheele kind is daarbij slechts in zoover van belang, als daarin een middel gelegen kan zijn ter bepaling van de grootte van dat kindsdeel, wat hier beteekenis heeft, n.1. het hoofd. Waar het hoofd doorheen kan, kan ook de rest van het kinderlijke lichaam door en het komt er dus op aan de verhouding te bepalen tusschen ruimte van het bekken en grootte van den schedel. In de eerste plaats is daartoe noodig eene nauwkeurige bekkenmeting, volgens de in het Zesde Gedeelte, Hoofdstuk IV besproken regels. Daarmede gelukt het gewoonlijk een vrij voldoend beeld te verkrijgen van den vorm en de afmetingen van het bekken. Veel moeilijker is het echter de grootte van den kinderschede] te bepalen. Heeft men met eene multigravida te doen, dan zijn de gege\ ens, zoo die er zijn, omtrent grootte en gewicht der vorige kinderen, in verband met het vroeger gezegde (pag. 50) ointient de ontwikkeling der kinderen in opeenvolgende zwangerschappen, en omtrent het beloop der vorige baringen vau

Sluiten