Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beproefde men de tang in cfe rechte afmeting aan te leggen, terwijl de handvatsels mediaan geplaatst bleven (fig. 325), dan zou, ten eerste, de schedel niet goed gepakt worden en ten tweede, zouden de punten van de tang de het bekken bekleedende zachte deelen verwonden. Niet minder duidelijk is het, dat wanneer de lepels in de rechte afmeting geplaatst worden, de bovenvlakte van het slot niet meer horizontaal doch vertikaal moet komen te staan. Een blik op fig. 324 leert gemakkelijk, dat naar de zijde van het bekken, waarheen de handvatsels wijzen, ook de bovenvlakte van het slot gericht moet zijn. Kortheidshalve kan men het ook zoo uitdrukken, dat het slot en dus ook de handvatsels moeten kijken naar de eene of de andere zijde. Bij schuin aangelegde tang zullen dus, en wel des te sterker naarmate de tang meer naar de rechte afmeting komt, de handvatsels moeten wijzen en kijken naar rechts of naar links.

Eindelijk doet tig. 324 zien, dat, als het naar voor te draaien deel van den schedel, in de figuur zooals meestal het achterhoofd, rechts ligt, ook de handvatsels naar rechts moeten wijzen en kijken, en naar links, wanneer het naar voor te draaien deel zich in de linker bekkenhelft bevindt. Dit is een gemakkelijk mnemotechnisch middel om te zorgen dat bij schuin aangelegde tang de handvatsels, en dus ook de lepels, goed geplaatst worden.

Vroeger heeft men nog tweeërlei andere werking van de tang aangenomen, doch ten onrechte. Ten eerste sprak men van eene dynamische werking van de tang, van een invloed en wel een versterkenden invloed van de tang op de weeënwerkdadigheid. Dergelijke, somwijlen niet te miskennen dynamische werking moet echter niet op rekening van den forceps zelf geschreven worden, want men kan haar ook wel reeds waarnemen, als slechts over het aanleggen van instrumenten gesproken wordt, of voorbereidselen voor de forcipale extractie gemaakt worden. Men heeft hier dus met niets anders te doen dan met den bekenden invloed van psychische prikkels op de weeënwerkdadigheid (zie pag. 187).

In de tweede plaats schreef men aan de tang een voordee-

Sluiten