Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treffen van een of meer disponeerende momenten kan invloed oefenen op de ontwikkeling van het ziekteproces.

Op deze wijze worden de meest verschillende anatomische veranderingen in de nieren opgewekt, die de grootste schommelingen in intensiteit en uitbreiding vertoonen, waarbij nu eens het eene, dan weer het andere element der nier bij voorkeur is aangedaan. Het is toch doelmatig en gelukkig ook mogelijk, zooals wij weldra zullen zien, uit deze bijna onafgebroken rij van de lichtste tot de ernstigste ontstekingsprocessen der nier, enkele anatomische hoofdtypen (eenheden volgens Jürgensen) af te zonderen.

Het anatomische beeld is, afgezien van den duur en de intensiteit van het ziekteproces, in het algemeen verschillend, naarmate de bloedvaten, het secerneerende nierparenchym of het bindweefsel hoofdzakelijk bij de ontsteking zijn betrokken. Zoo is bijv. de glomerulitis dikwijls de meest opvallende verandering bij de klassieke roodvonknier, de bindweefselwoekering met retractie bij de schroinpelnier, terwijl de epitheliale veranderingen bij de groote witte nier overheerschen. Deze drie vormen zijn door tallooze tusschenvormen met elkander verbonden.

En met de klinische ziektebeelden — met de functioneele stoornissen der zieke organen — is het al niet anders. Het kan dan ook niemand verwonderen, dat de meest verschillende ziektebeelden moeten voorkomen, wanneer men slechts denkt aan de zoo verschillende graden van de ontsteking, aan den duur der ziekte, aan de individueel zoo variabele prikkelbaarheid en de even sterk wisselende terugwerking van het locale ziekteproces op het geheele organisme. Maar het klinisch verloop der nierontsteking wordt toch in de eerste plaats bepaald door de acute of chronische ontwikkeling en door de uitbreiding en localisatie van het ziekteproces en verder door het anatomisch eindresultaat der ontsteking — resorptie, bindweefselwoekering, schrompeling — en ten slotte dooide hiermede parallel gaande compensatorische gevolgen — harthypertrophie of hartinsufficientie.

Sluiten