Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit onderzoek is van belang voor de oude vraag of de beide nieren in gelijke mate en op hetzelfde oogenblik functioneeren. Men weet thans, dat beiderzijds onder normale omstandigheden slechts hoogst onbeteekenende verschillen -voorkomen, althans bij rustige ligging op den rug. Noch de applicatie van een ijsblaas op de nierstreek, noch de aanwending van den faradischen of galvanischen stroom vermag de functie der nieren te wijzigen.

Niet zelden komt in de urine een spoortje nucleo-albumine voor, dat afkomstig is van het slijm en van de cellen, die ook onder volkomen normale omstandigheden door het slijmvlies uit de urinewegen worden afgescheiden of liever afgestooten. Zoo bestaat de bekende nubecula grootendeels uit nucleoalbumine. Overigens is de naam slecht gekozen, want de nucleo-albuminen zijn wel phosphorhoudende verbindingen, doch leveren bij de splitsing geen nucleïne-basen. Zij komen normaal in sommige voedingsmiddelen, als melk en eidooier, voor en worden door sterk azijnzuur neergeslagen. Deze zg. nucleoalbumine is eigenlijk een mengsel van euglobuline en fibrine.

Ik acht het niet onmogelijk, dat menige zg. physiologische albuminurie feitelijk van een nucleo-albuminurie afhankelijk en dus geheel onschuldig is. In ieder geval schijnt de zg. physiologische albuminurie niet zelden met de uitscheiding van nucleo-albumine gepaard te gaan. In hoeverre deze combinatie pleit voor een zg. physiologische albuminurie laat ik in het midden.

In hoogst zeldzame gevallen komt ook jfibrine in de urine voor, afgezien natuurlijk van bloedstolsels. Fr. Muller *) zag fibrine-uitscheiding bij een lijder aan parenchymateuse nephritis, die sub fine vitae verkeerde en Senator2) beschreef enkele gevallen van spontane stolling der urine. Onopgelost is nog de vraag of deze fibrinurie van renalen oorsprong en

') Fr. Muller. Ueber einen durch Essigsaure fallbaren Eiweisskftrper im Urin. Mitteilungen aus der med. Klinik zu Würzburg. 1885. 2) H. Senator. Die Albuminurie. 1890.

Sluiten