Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaden, doch deze bepaalde omstandigheden kan ik alleen vinden in een overmatig gebruik. Mij zijn geen proeven of ervaringsfeiten bekend, waaruit gebleken is, dat bij chronische nierlijders een matig gebruik van vleeschspijzen de eiwitafscheiding doet toenemen of het proces in de nier ongunstig wordt beïnvloed. Heusch laten wij toch niet voorbijzien, dat de zoo gevreesde extractiefstoffen en nucleïnen in kleine hoeveelheden veeleer heilzame prikkels zijn voor onze nierepitheliën en zeer zeker voor ons centraal zenuwstelsel en het is zelfs zeer de vraag, of menschen met zieke nieren deze prikkels op den duur ongestraft kunnen ontberen. Ik kom dan ook tot de slotsom, dat een matig gebruik van vleeschspijzen voor de lijders aan chronische nephritis het meest gewenscht en wel verre van een nadeel, veeleer een voordeel mag heeten.

Amerikaansche onderzoekers, Levene, Ivristellar en Manson1) hebben op grond van proeven bij één lijder aan chronische nephritis de wenschelijkheid betoogd, om bij het vaststellen van het dieet voor nierlijders vooraf te bepalen de hoeveelheid stikstof, die de nieren van den betrokken patiënt kunnen uitscheiden. Zij hebben gevonden, dat toevoer van groote hoeveelheden stikstof bij hun nierlijder tot eene langzamere uitscheiding leidde dan bij den normalen mensch. Van de stikstof, die boven de standaardvoeding aan den chronischen nierlijder werd toegediend, werd 80 °/0 als ureum in de urine uitgescheiden, terwijl bij normale personen 90 -100 °/0 als ureum in de urine verscheen. Zij willen de voeding dus zóó regelen, dat niet meer stikstof wordt opgenomen dan de zieke nieren kunnen uitscheiden.

Ik geloof, dat het niet aanbevelenswaard is, aan deze Amerikaansche propositie het oor te leenen. 1°. Is het ten eenenmale ongeoorloofd, op grond van waarnemingen bij een patiënt zulke verstrekkende conclusies te trekken. Zij hebben gegeneraliseerd, waar het individualiseeren strikt nood-

') Journal of exp. Medicine. Vol. XI. pag. 825. Ned. Tijdschr. v. Gen. 1910, deel 1, N°. 3.

Sluiten