Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het bindweefsel als uitgangspunt van de pathologische processen in de nier, evenals zulks bij de lever wordt aangenomen.

Zonder twijfel spelen sommige vaatziekten (arteriosclerose) een voorname rol in de pathogenese van vele op later leeftijd ontstane nieraandoeningen.

Deze veelvuldig voorkomende, dubbelzijdige, haematogene, diffuse, maar niet etterige, nierontstekingen, worden in het algemeen gesproken, met den naam van morbus Brightii bestempeld. Klinisch zijn zij, bijna zonder uitzondering, door het voorkomen van albumen en vormelementen in de urine (cvlinders, witte of roode bloedlichaampjes, nierepitheliën), en bovendien door hydrops, hartaandoeningen, enz. gekarakteriseerd.

Uit deze groote groep van verschillende symptomencomplexen treden nu bij nauwkeurige waarneming aan het ziekbed, dikwijls scherp omschreven ziektevormen meer naar voren, wier klinisch verloop, symptomatologie en afloop eenigszins constant zijn. Op deze zoogenaamde klinische eenheden (Jürgensen) moet de klinicus, die in de eerste plaats de functioneele stoornissen van het zieke orgaan moet bestudeeren, bouwen bij de indeeling van den morbus Brightii, en daarbij zooveel mogelijk tevens op pathologisch-anatomische ervaring steunen.

Het overigens zoo rationeele principe der moderne aetiologische classificatie is reeds daarom niet door te voeren, omdat het ons in de meeste gevallen van chronische nephritis in het geheel niet gelukt een bepaalde oorzaak te ontdekken. Ook beantwoorden aan bepaalde aetiologische momenten slechts bij uitzondering min of meer kenmerkende ziekteverschijnselen. Uitsluitend op de anatomische veranderingen, die dikwijls eerst in de latere stadiën der ziekte duidelijk tot ontwikkeling komen, kan men toch ook moeilijk steunen bij de verdeeling der klinische gevallen, te meer, daar zij niet altijd met bepaalde ziektebeelden overeenkomen. Het is dus dikwijls zeer moeilijk, ja zelfs ten eenenmale onmogelijk, de anatomische stoornissen der nieren, die na den dood te verwachten zijn, reeds tijdens het leven nauw-

Sluiten