Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teit, eztensiteit en intensiteit van den hydrops en door de anaemie en welks verloop dikwijls door haemorrhagische exacerbaties van het ontstekingsproces wordt gecompliceerd, komt volgens de latere ervaringen hier slechts zelden voor. Ik heb beslist den indruk gekregen, dat hij vroeger meer voorkwam.

Het verloop van de ziekte, die maanden tot twee jaar duren kan, wordt bijna steeds door gevaarlijke complicaties — onder welke de pneumonie altijd het leven het meest bedreigt — of door uraemische intoxicatie of accidenteele ziekten onderbroken. Gebeurt dit echter niet, en heeft de algemeene constitutie van den zieke niet te veel geleden, dan kan in enkele gevallen het ziektebeeld in gunstigen zin veranderen. Langzamerhand wordt de diurese dan grooter, de kleur van de urine wordt lichter en het soortelijk gewicht daalt, terwijl ook het eiwitgehalte en de cellige elementen afnemen; de hydrops vermindert, de spanning van den pols neemt toe, de tweede aortatoon wordt geaccentueerd, de hartactie wordt krachtiger, de punt wordt iets naar links verplaatst; het welbevinden van den patiënt neemt toe, hij voelt zijn lichaam krachtiger worden, de levenslust keert terug, de anaemie verbetert, kortom de zieke waant zich herstellende; alleen de hoofdpijn verdwijnt niet heelemaal en herinnert hem voortdurend aan de vroegere ziekte. Er is gedurende de klinische observatie, zoo te zeggen onder de oogen van den medicus, een secundaire schrompeling van de nieren ontstaan, evenals men bij de tuberculeuse pneumonie zoo nu en dan een longcirrhose ziet volgen. In dezen geest zou ik ook het geval willen opvatten, dat Strauss *) heeft medegedeeld onder den titel: „Ueber einen 2 Jahren lang beobachteten, abnorm günstig verlaufenden Fall von Nephritis parenchymatosa chronica". Men moet intusschen ook dezen patiënt als slechts schijnbaar genezen beschouwen. Deze en dergelijke gevallen manen weer tot de grootste voorzichtigheid met infauste prognosen aan. De geneesheer denke steeds

') Strauss. Berl. klin. Woch. 1898. N°. 18.

Sluiten