Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de urine tot 80 gr. en meer per dag kon opvoeren, zonder dat deze tot albuminurie leidde. De klinische ervaring heeft bovendien geleerd, dat de patiënten bij eene gemengde voeding (melkkost, vleesch, groenten, etc.) beter gedijen en in gewicht toenemen, zoodat er absoluut geen reden is aan een bepaalde éénzijdige voeding, welke dan ook, op den duur

de voorkeur te geven, en voornamelijk niet een van deze te overdrijven.

v. Suchteleni), die deze vraag nog eens „ad hoe" aan het ziekbed bestudeerde, kwam in mijn kliniek tot dezelfde uitkomsten. Onze nierlijders gedijden het best bij eene gemengde kost. Het zal echter in alle gevallen voorzichtig zijn voorloopig slechts matige hoeveelheden eiwithoudend voedsel toe te staan, zoolang de onschadelijkheid van een eiwitrijke (voornamelijk vleesch-) voeding met betrekking tot eventueele prikkeling van het zieke nierweefsel en het in de hand werken % an uraemische toestanden niet door nog meer positieve feiten boven allen twijfel verheven is. Doch van de toediening van yroote hoeveelheden vleesch of eiwit is immers nimmer sprake geweest. Het spreekt vanzelf, dat prikkelende stoffen, als scherpe kaas, adelijk wild, vleesch met veel extractlefstoffen en omzettingsproducten eigenlijk niet, op den disch der nierlijders thuis behooren. Eveneens zal men goed doen bij uraemische toestanden den toevoer van eiwit tot een minimum te~bëperken. Over de behandeling van bepaalde symptomen verwijzen wij naar de therapie van de acute nephritis en van de schronipelnier, terwijl de algemeene beginselen der diaetotherapie uitvoerig in het algemeene deel werden besproken.

C. Diffuse chronische (overwegend interstitieele) nierontsteking (primaire of genuïne schronipelnier — granulaire schronipelnier).

De schrompelnier, in anatomischen zin het eindresultaat van verschillende processen, is wat haar wezen aangaat, door

') v. Suchteleu. 1. c.

Sluiten