Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het dierexperiment heeft de oude opvatting van Virchow, dat amyloied als „caput mortuum" onveranderd ter plaatse blijft, veeleer steun verleend.

Vettige degeneratie der nier. Vetnier.

De zg. vetinfiltratie, dus het afzetten van vet in het nierepitheel, zooals bij de vetlever in de levercellen het geval is, speelt bij de nier een geheel onbeteekenende rol. Beter kennen wij nog sterke vetafzetting om de nier, tengevolge waarvan de capsula adiposa bijzonder rijk aan vet wordt, zooals dit bij de algemeene vetzucht en bij atrophie der nier als een compensatorisch verschijnsel, natuurlijk niet voor de functie, doch voor de ruimte, het geval is.

De vettige degeneratie, waarbij uit het gedegenereerde protoplasma der cellen uiterst kleine vetkorreltjes, uit cholesterine en lecithieden samengesteld, zijn ontstaan op een wijze, die nog niet voldoende is toegelicht en die wij ook aan de lever, aan de hartspier en elders hebben leeren kenn'en, komt voor bij:

1°. anaemische en cachectische lijders, niet zelden tegelijk met amyloiede degeneratie;

2°. bij vergiftiging met j)hosphorus, arsenicum, antimonium, chloroform enz.;

3 . bij zware acute infectieziekten met hooge temperaturen; 4°. bij acute gele leveratrophie;

5°. bij enkele pasgeborenen;

6°. bij de zwaardere vormen van diabetes en van de anaemie, die als progressieve pernicieuse anaemie of ziekte van Bi erin er geboekt staan.

De pathogenese van dit vervettingsproces is niet altijd duidelijk, doch in laatste instantie moet men wel een toxisch eiwitverval aannemen.

Anatomisch ziet de vetnier er zeer karakteristiek uit; zij is gemakkelijk met het bloote oog te herkennen,' indien het

Sluiten