Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII. DE H. NICOLAAS JANSSEN, GENAAMD POPPEL,

VAN WELDE.

pö||§p||jeonardus werd in zijne zorg voor het heil i ^wll van Gorcum getrouw bijgestaan door zijnen P medepastoor, den zaligen Nicolaas Jans-

serl) bijgenaamd Poppel. Deze, geboren te Welde, een dorp in de Belgische Kempen, kon niettegenstaande de armoede zijner ouders toch zijne studiën aan de universiteit te Leuven doen, en hoezeer hij daar uitmuntte, bewijst het feit, dat hij bij de bevordering tot het licentiaat in 1556 onder de honderd tachtig mededingers de vijf en dertigste was.

Te Leuven had Leonardus Vechel hem leeren kennen, en nog maar kort was hij pastoor te Gorcum, of reeds vroeg hij den geleerden en ijverigen priester eerst tot zijn kapelaan en spoedig daarna tot zijn mede-pastoor. Zoo kwam Nicolaas in 1558 in ons land. Was hij al niet zoo welsprekend als zijn pastoor, in ijver voor de zielen stond hij bij hem niet achter. Hij arbeidde zoo hard, dat de parochianen hem het slaefken noemden, waarop Nicolaas glimlachend antwoordde : ,,Hij slaeft wel, die in Godt slaeft." Vooral maakte hij veel werk van het Katechetisch onderricht, altijd maar bijzonder in die dagen zoo hoog noodig voor de bewaring des geloofs. Eene groote godsvrucht voor het H. Sacrament des Altaars onderscheidde hem geheel zijn leven ; vermoedde hij in die onveilige tijden maar eenig gevaar, dan bracht hij tegen den avond Ons-Heer heimelijk naar het huis van den vurigen Katholiek, Hessel Estius, die hoog vereerd en verblijd was om dezen goddelijken Gast. „O Hessel,"

Sluiten