Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zagen eenige Gorcummers op de wallen eene kleine vloot van dertien schepen de Maas opvaren en op hunne stad aankomen. Onmiddellijk werd dit overal geboodschapt: allen vlogen naar de wallen en herkenden die vaartuigen, 't was eene vloot der Watergeuzen! —

De Watergeuzen! — Moesten wij hier sommige Protestanten gelooven, dan zouden wij hen moeten begroeten als

de braven,

(En) de braafsten van de braven, in wier hand Nu heel de toekomst van een volk rust! . . . . !)

Hoe eindeloos ver evenwel staat de waarheid af van deze partijdige verdichting! De Watergeuzen zijn voor het meerendeel niets anders geweest dan een ontuchtig, bloeddorstig en geldzuchtig geboefte; het schuim van alle natiën, bijeengezameld uit ontsnapte gevangenen, uit lieden, die het brandmerk, op het schavot ontvangen, op den rug droegen, of door ontucht en brasserij tot den bedelstaf waren geraakt. Zoo getuigt van hen onze beste Katholieke geschiedschrijver, 2) en ook de protestantsche Fruin geeft hun geen beter getuigenis, wanneer hij zegt: „Ophet voorbeeld der Fransche muitelingen uit La Rochelle hadden zich een aantal Nederlandsche ballingen van allerlei rang en stand tot den zeeroof begeven. Geen bedrijf, dat hun beter aanstond of beter van de hand ging. Immers aan roekeloozen moed ontbrak het hun niet, wel aan tucht en aan beleid. Met [zelfverloochening meê te werken tot een grootsche onderneming, waarvan het plan, door een ander beraamd, hun slechts gedeeltelijk bekend was, daartoe waren de meeste edelen van het Compromis niet in staat. Maar op eigen hand den

') j. j. l. ten kate. De Watergeuzen. — ■) nuijens. Kath. Volks-Alm. 1866 p. 168.

Sluiten