Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoezeer de gardiaan en de anderen hem ook bemoedigden, hij begon luide te weenen en riep snikkend : „Ik weet van niets ; aan den gardiaan is de zorg voor al die dingen!" — „Wie is dan het hoofd van al deze verraders ?" vroegen de beulen, en onmiddellijk grepen zij den vicarius pater Hiëronymus aan, dien zij om zijn deftig uiterlijk voor den overste aanzagen. Zij zetten hem een dolk op de borst en bulderden : „Die gaat tot in uw ingewanden, als ge ons de schatten niet wijst!" Met een enkel woord had de edele man zich aan dit gevaar kunnen onttrekken, door te zeggen, dat hij niet de overste was, maar vol liefde voor zijnen gardiaan zweeg hij. Dat kon evenwel deze niet dulden. Zou de vader zijn kind voor zich in den dood laten gaan ? Aanstonds treedt hij uit de rij en verklaart: ,,Ik ben de gardiaan, dien gij zoekt." Als duivelen vielen bij dit woord de soldaten op hun slachtoffer aan, en mishandelden hem, zooals hijzelf later heimelijk aan iemand gezegd heeft, niet meer als menschen, maar als verscheurende dieren. Onder afgrijselijk getier slaan zij hem met hunne vuisten, zoodat geheel het lichaam gekneusd is. „Waar zijn de schatten ?" schreeuwen zij daartusschen ; „zeg ons, waar zijn de schatten ?" Als een lam tusschen die tijgers staat Nicolaas vreedzaam en antwoordt op kalmen toon : „Gij weet, dat de gewijde kelken en de sieraden onzer kerk hier naar den burcht zijn gebracht, en die hebt gij ongetwijfeld reeds gevonden. Een anderen schat hebben wij niet, want wij zijn arm en leven van aalmoezen, die goede lieden ons tot nu toe hebben gegeven. Als daarvan nog iets over is, weet ik het niet aan te wijzen. Want gij weet zeer goed, dat dit geld niet door ons, maar door leeken beheerd wordt." — „Gij liegt, monnik !" bijten de Geuzen hem toe, maar de gardiaan zweeg van dit oogenblik en ook de schandelijkste

Sluiten