Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roomschen Paus verzaken ?" nam hij voor hen het woord op en zeide : ,,Neen, dat willen zij niet. Dat doen zij niet. Dat zullen zij nimmer doen ! Zij hebben besloten met ons te leven en te sterven."

„Hoe oud zijt gij ?" vroegen de beulen aan Henricus, den jongsten der leekebroeders.

Hij was achttien jaar, maar de angst voor den dood deed hem liegen, en om het medelijden der soldaten op te wekken, antwoordde hij : „Zestien jaar." En tevens bezweek de arme jongeling voor de verleiding, hij werd onmiddellijk los gemaakt en uit het gezelschap der anderen verwijderd. Droevige slag voor zijne medebroeders ! Hoe voelden zij dezen diep in het hart! Zoo dicht bij de martelkroon, en nog haar verwerpen! Met tranen in de oogen om dien afval bestijgt pater Hiëronymus de ladder, hij bidt tot Christus, bidt tot de Heiligen, die daarboven reeds met Christus heerschen. „Houd toch op Maria en Petrus aan te roepen," vermaant hem de predikant, „roep God alleen aan." Maar Hiëronymus staat reeds boven op de ladder, en in heilige verontwaardiging schopt hij den ellendeling tegen den buik, zoodat de man achterover ter aarde valt, en roept hem toe: „Weg van hier, ellendig schepsel, duivelswerktuig ! Niet van u zijn die woorden, maar de duivel spreekt door uwen mond. En niet, zooals gij meent, ben ik nu bedroefd, dat ik ga sterven, en ware ik bedroefd, ik zou uwen troost niet willen. Maar dit doet mij zeer in het harte, dit is mij een martelpijn, dat gij een eenvoudig en onervaren jongeling, onzen novice, door uw vleierij bedrogen, en tot uwe afschuwelijke partij hebt overgehaald." — „Houd op, schurk!" schreeuwden de Geuzen, en zij klommen naar boven en korven hem met hunne messen in het gezicht, en sneden hem het Jeruzalemkruis, dat hij na zijne bedevaart op de borst en den rechter-

Sluiten