Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arm geschilderd droeg, met het vleesch uit het lichaam. Maar de moedige man zweeg niet, doch bleef zijne broeders bemoedigen, tot ook hem de koord de spraak benam. Desgelijks bleven pater Nicasius en pastoor Nicolaas beurtelings bidden en vermanen, nu in het Latijn, dan in de moedertaal, totdat de dood hen deed zwijgen.

En zie, toen kwam een tweede afval de trouwe belijders des Heeren nog dieper bedroeven.

Een der Franciscanen, een Waal, met name Willem, werd reeds aangegrepen, toen hij de soldaten, die Franschen waren, in hunne taal aansprak en zeide : hij zou in alles hunnen wil doen, indien zij hem vrij lieten. En aanstonds sneden zij de koorden door, waarmede hij nog aan zijn medebroeder was vastgebonden, staken hem in een soldatenkleed, opdat hij niet herkend werde, en voerden hem heimelijk naar buiten. Zijn verder rampzalig lot zullen wij later vernemen.

Na zulk een treurig voorbeeld kwam de beurt aan den innig vromen Godfried van Mervel. Edelmoedig besteeg hij de ladder en riep, als Christus zijn Heiland, luide uit: „Heere, verghevet hen, want sy en weeten niet wat sy doen !" Pastoor Vechel verklaarde met onverschrokken standvastigheid : „Het en is my geenssins moeyelijck oft verdrietelijck, dat ick de doodt moet sterven, een doodt, die in alle manieren te wenschen is. Maer ick heb mijn moeder nog levende, die ick, als een goed kind eene goede moeder, hartelijck bemin, ende om heurent-wille worde ick menschelijck geroerd, mits dat ick wel weete, dat sy, verstaende haers sones doodt, uyt moederlijcke affectie bovenmate groote droefheid maecken sal." Doch hiervoor zorgde God in zijne vaderliefde. Ofschoon Leonardus' grijze moeder haren zoon nog bijna een jaar overleefd heeft, is haar toch nooit de marteldood van haar kind ter oore gekomen ;

Sluiten