Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zuiverheid des harten moet door den rechter getoetst worden en den onrechtvaardig veroordeelde blijft de troost, dat alleen de misdaad en niet de straf hem kan onteeren.

Ook het strafstelsel der nieuwe Nederlandsche wet, hetwelk verbetering van den misdadiger door eene klassenverdeeling, door eenzame opsluiting, door voorwaardelijke invrijheidstelling beoogt, kan zijne overeenstemming met het beginsel van vergeving der zonden, van zedelijke wedergeboorte, van ontferming over den verloren zoon niet verbergen.

In het oog van den Nederlandschen wetgever treedt de persoonlijkheid van den misdadiger gewoonlijk op den voorgrond.

Van zijn standpunt gezien zal de schuldige tevens moeten beschouwd worden als een afgedwaalde, de straf als eene poging tot verbetering.

De drijfveeren, welke den dader tot wetsovertreding hebben gevoerd, zullen nauwkeurig opgespoord worden.

Niet zooveer zijne handelingen alleen, als die handelingen in verband tot den wil worden strafbaar geacht en zelfs zijn die handelingen van minder belang dan het opzet, de wil van den misdadiger.

De gevolgen van de strafbare daad verschijnen daarom in de strafwet als gewilde of niet gewilde gevolgen, en de straf daalt of rijst, naarmate de schuldige ze beoogd of niet beoogd heeft.

De nieuwe Nederlandsche strafwet stelt dan ook vooral bij „poging" (Art. 45), bij „deelneming aan strafbare feiten" (Art. 47), bij „geweldpleging" (Art. 141), bij „wederspannigheid" (Art. 181), bij „verwonding" (Art. 300), de individualiteit van den schuldige boven het materieel resultaat zijner handelingen. '

Vooral toont zich echter de invloed der latere strafrechtsbegrippen en der eigenaardige ontwikkeling van de Europeesche volken in de bepalingen der nieuwe Nederlandsche wet omtrent staatkundige misdrijven, omtrent overspel, meineed, bedrog enz., en ofschoon men zeker dien invloed niet betreuren, noch daarom de invoering der nieuwe Nederlandsche strafwet in Indië onmogelijk zal achten, moet evenwel erkend worden, dat de thans geldende Inlandsche strafwet dichter staat bij de Inlandsche bevolking, dan de nieuwe Nederlandsche, en dat, wil men voor de Indische volken deze strafwet geschikt maken, daarin groote wijzigingen zullen noodig zijn.

Sluiten