Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven, op te nemen, noch daarin afzonderlijke voorschriften te geven omtrent doodslag door onvoorzichtigheid en aangaande verwonding, welke als ongewild gevolg den dood binnen zeker tijdsverloop na zich sleept.

Niet zonder belang is het nategaan, welke feiten de Battakker verder als misdadig beschouwt.

De Battakker kent verstandhouding met den vijand als een misdrijf, dat met den dood of boete wordt gestraft.

Bij vergiftiging onderscheidt hij de zelfstandigheden, die door insmering of door opname in den mond den dood ten gevolge hebben, dan wel het uitvallen der tanden of van het hoofdhaar veroorzaken.

De doodstraf, slavernij en boete zijn de daarop gestelde straffen.

Den roof van een vrij mensch en verkrachting straft hij met boete, doch verkrachting eener gehuwde vrouw met den dood.

Die zonder vergunning het huis eener vrouw, tijdens de afwezigheid van haren man, betreedt, is strafbaar, evenals hij, die zijne hand steekt in de slaapplaats voor jonge meisjes bestemd, of laster aangaande eene vrouw verspreidt.

Bij brandstichting past de Battakker de doodstraf toe en bij dieverij boete. — Soms wordt de dief of brandstichter tot eene vergoeding van twee buffels, zeven kippen enz., veroordeeld, of wordt zijne vrouw als slavin verkocht. (Tydschr. v. N. /, VIIIste Jaarg., Dl. II).

Misdrijven door hoofden gepleegd worden zelden met den dood gestraft.

looverij is eene misdaad. Een man, die met een rooden haan, een ei, een garnaal en een weinig rijst eene woning ingaat, den haan slacht en het ei kookt, na het beschilderd te hebben met een menschelijke figuur, wordt, als verdacht van tooverij, met boete of den dood gestraft. (Tijdschr. als boven; Verzameling van Battaksche wetten door Miller).

Bij de Maleiers op Sumatra treedt vooral de verantwoordelijkheid van de familie en van het dorp voor de misdaden der stamverwanten en bloedverwanten op den voorgrond.

De familie moet in de eerste plaats de schade, door den misdadiger toegebracht, vergoeden en daarna de marga. (Wilken 1.1.)

Hetzelfde vindt men bij de Redjangs, eveneens op Lettij, Wahaai en in andere streken van den archipel.

Sluiten