Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sedert art. 83 der Overgangsbepalingen bij laatstbedoeld Stb. 1890 No. 72 is ingetrokken, en bij Stb. 1890 No. 73 is bepaald, dat de gerechtelijke invordering van hetgeen den Lande krachtens algemeene of plaatselijke verordeningen verschuldigd is of uit anderen hoofde toekomt, daaronder begrepen de op het verschuldigde gevallen verhoogingen en boeten, moet geschieden voor den burgerlijken rechter, heeft zich de vraag voorgedaan, of de invordering van boete alleen zonder belasting, b.v. van boete wegens te late overschrijving of wegens het verzuim van het indienen eener memorie van aangifte voor de successiebelasting, eveneens voor den burgerlijken rechter, dan wel voor den strafrechter moet gebracht worden.

De Raad van Justitie te Semarang nam het eerste aan.

Inderdaad blijft het verzuim van overschrijving of aangifte eene overtreding, al wordt de boete ingevorderd tegelijk met de belasting voor den burgerlijken rechter.

De wetgever heeft de bestraffing dier overtredingen, evenals van de overtredingen, door ambtenaren van den burgerlijken stand en notarissen gepleegd, willen overlaten aan den burgerlijken rechter en dit beginsel zoude geschonden worden, indien men de competentie van den rechter liet afhangen van de toevallige omstandigheid, of tegelijk met de boete al dan niet belasting (overschrijvingsrecht bijv.) werd gevorderd.

Over de verjaring van fiscale schulden zie St. 1832 No. 41, 1838 No. 37 art. 38, 1892 No. 159; T. XLVII blz. 319,1. W. 1505.

Ons artikel 1 neemt onder de overtredingen alleen die feiten op, welke bedreigd zijn met geene zwaardere straf dan dwangarbeid buiten den ketting en geldboete met of zonder verbeurdverklaring, bij politiereglementen of wettelijke verordeningen op het stuk van 'slands middelen en pachten, dan wel met ten arbeidstelling of geldboete. — Het spreekt dus niet van feiten, waartegen alleen verbeurdverklaring is bedreigd.

De verbeurdverklaring is volgens de strafwet geene op zich zelve staande straf, doch komt als zoodanig in sommige reglementen op het stuk van 's lands middelen nog voor, o. a. in het Reglement van 1849 No. 52 op het slachten van rundvee (art. 8).

Bij vonnis van den Raad van Justitie te Batavia dd. -7 I ebruari 1878 werd aangenomen, dat feiten met verbeurdverklaring

Sluiten