Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering, eenig krijsbevel blijven voeren, en de bevelhebbers, die hun leger of hunne legerafdeeling bijeenhouden na een hun gegeven bevel tot afdanking of verspreiding, worden met den dood gestraft.

Gelijk gezegd is, achten sommigen dit misdrijf beter te huis in een militair wetboek, doch hiertegen voert Blanche aan, dat het ook zeer goed denkbaar is, dat burgers of gewezen militairen zich, onbevoegd, met eenig misdadig doel het bevel aanmatigen over eene krijgspost, vesting enz. In hoeverre de dader, toen hij zich het bevel over een post of legerafdeeling aanmatigde, moet gehandeld hebben met een misdadig oogmerk, is twijfelachtig, doch het is onmogelijk aan te nemen, dat de wet ieder met den dood zoude straffen, die zulk een feit pleegde, al ware het met een lofwaardig doel.

Met Chauveau et Hélie is aannemelijker te achten, dat uit de plaatsing van artikel 58 onder de misdrijven tegen de inwendige veiligheid van den Staat op te maken is, dat de wet hier op het oog heeft de aanmatiging van militair gezag, met een tegen de Regeering gericht misdadig voornemen.

Art. 59.

(Sw. Eur. art. 56) (C. P. art. 95).

Ieder, die gebouwen, magazijnen, tuighuizen, schepen of andere landseigendommen in brand steekt of vernietigt door ontbranding van eene mijn, wordt met den dood gestraft.

Art. 60.

(Sw. Eur. art. 57) (C. P, art. 96).

Ieder, die, hetzij om zich meester te maken van publieke domeinen, bezittingen of gelden, van plaatsen, steden, sterkten, krijgsposten, magazijnen, tuighuizen, havens, schepen of vaartuigen, toebehoorende aan den Lande, hetzij om openbare eigendommen te plunderen of te vernielen, hetzij eindelijk om de openbare macht, werkzaam tegen de daders van deze misdrijven, aan te vallen of zich tegen haar te verzetten, zich aan het hoofd stelt van gewapende benden of in deze eenige betrekking uitoefent of bevel voert, wordt gestraft met den dood.

Sluiten