Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodra de justitie- of politieambtenaar kennis krijgt van eene onwettige gevangenhouding of gevangenneming, moet hij daarvan proces-verbaal opmaken en onverwijld bericht er van geven aan hoogere autoriteiten, indien hij zelf de bevoegdheid niet heeft den gevangene in vrijheid te stellen.

Hoewel de Ned. strafwet in art. 368 den ambtenaar deze verplichting tot invrijheidstelling niet oplegt, volgt deze toch uit art. 283 dier wet, waarbij straf wordt bedreigd tegen ieder, aan wiens schuld het te wijten is, dat iemand van zijne vrijheid wederrechtelijk beroofd „blijft."

Verzuimt de autoriteit, aan wie ten slotte hst proces-verbaal van de onwettige vrijheidsberooving is ter hand gesteld om op wettige wijze en volgens de vormen, door de wet voorgeschreven, de invrijheidsstelling uit te lokken, dan is het hare schuld, dat de aangehoudene van zijne vrijheid beroofd blijft en kan men op dien grond eene strafvervolging tegen haar instellen.

De Duitsche wetten bevatten geen voorschrift, waarbij aan de ambtenaren de verplichting wordt opgelegd om van eene wederrechtelijke vrijheidsberooving te doen blijken.

De Code Pénal spreekt er over in art. 119, doch vordert alleen, dat de ambtenaar de onwettige hèchtenis constateere, zoo dit op wettelijke wijze wordt gevorderd.

Uit eigen beweging behoeven de ambtenaren dus niet te

handelen.

Zij kunnen blijven stil zitten, al worden verscheidene personen wederrechtelijk van hunne vrijheid beroofd.

Onze Indische wetten volgen den Code Pénal.

Art. 77 der strafwet voor Inlanders luidt aldus:

Art. 77.

(Strafw. Eur. art. 69) (C. P. art. 119) (Ned. Strafwet art. 368).

De openbare ambtenaren, die weigeren of nalatig zijn te voldoen aan eene wettige vordering, strekkende om te doen blijken van eene onwettige en willekeurige gevangenhouding, hetzij in de huizen, bestemd ter bewaring van aangehoudenen, hetzij overal elders, en die niet doen blijken daarvan kennis te hebben gegeven aan h'ooger gezag, worden gestraft met dwangarbeid buiten den ketting van één tot drie jaren, met of zonder geldboete van

Sluiten