Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pleegd ten aanzien van handelspapier der niet geoctroieerde inrichtingen enz., zoolang er geen gebruik van gemaakt is.

De Code Pénal volgt wederom een ander systeem.

Deze wet plaatst de valschheid in bankbiljetten van geoctroieerde banken onder de valschheden in zegels, stempels, merken enz. en stelt dit misdrijf gelijk met valschheid in schatkistbiljetten-

Zij straft den dader met den dood (art. 139 C. P.).

Daarentegen wordt valschheid in ander bank- en handelspapier gelijk gesteld met valschheid in authentiek geschrift (art. 147 C. P).

Dezelfde verwarring, als in de Duitsche wetten, heerscht dus ook in den Code Pénal, die eveneens het handelspapier in twee soorten verdeelt, al naar mate het van een bank met of zonder octrooi afkomstig is.

Ook is de gelijkstelling van alle handelsgeschriften met authentieke geschriften zeker af te keuren, omdat met die gelijkstelling eene zwaardere straf gepaard gaat dan voor valschheid in onderhandsch geschrift is vastgesteld.

De Ned.-Indische wetten, welke niet van den Code Pénal mochten afwijken, volgen het stelsel van laatstgenoemde wet en vermelden de vervalsching van bankpapier, afkomstig van eene tot uitgifte gerechtigde Bank, onder de valschheden in zegels en merken, terwijl van valschheid in andere handelsgeschriften gesproken wordt in de rubriek over valschheid in authentieke geschriften

Alle geschriften van koophandel en bankgeschriften stellen de Indische strafwetten, wat de valschheid daarin begaan betreft, gelijk met authentieke acten.

Zij beschermen ze met eene zwaardere strafbedreiging dan de onderhandsche acten, die niet op den handel betrekking hebben, en dit wel, ofschoon handelsgeschriften, zoo zij niet door een openbaar ambtenaar zijn opgemaakt, in werkelijkheid onderhandsche geschriften zijn.

Het eenige onderscheid tusschen authentieke en onderhandscha geschriften is volgens de Ind. burgerlijke wet gelegen in de persoon, die ze opmaakt.

Zijn die geschriften verleden voor een notaris, griffier, of ander openbaar ambtenaar binnen den kring zijner bevoegdheid, dan noemt men ze authentiek. Zoo niet, dan noemt men ze onderhandsche geschriften.

Onverschillig of het handelsgeschrift authentiek is of onder-

Sluiten