Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rug bindt, kan niet volgens art. 133 gestraft worden, omdat het grijpen bij den arm en het binden van. een voorwerp op den rug geene op zich zelve staande misdrijven zijn.

Deze was de zienswijze van het Hoog-Gerechtshof in de strafzaak van het dorpshoofd KERTODJOJO, die spottenderwijze een zijner onderhoorigen, die zich aan een overtreding had schuldig gemaakt, aan een houten kruis liet binden en zoo de

desa rondvoeren. .

Hier was-zoo meende het Hof - van geen op zich zelt

strafbaar geweld sprake en kon dus nooit art. 133 der Inlandsche strafwet toegepast worden, daargelaten de vraag, of het leit wellicht viel in art. 75, namelijk willekeurige inbreuk op de vrijheid (Rechtb. v. Omgang te Kediri dd. 26 Mei 1884).

Evenzoo was het Hof van oordeel, dat er eenig verband moet bestaan tusschen het gepleegd geweld en de functiën van den ambtenaar, wil men art. 133 toepasselijk achten x). ^

Een assistent-resident, fungd. notaris had een Chinees, die bij hem eene acte had willen laten opmaken, geschopt en geslagen.

De eerste rechter verklaarde dien ambtenaar schuldig aan het plegen van gewelddadigheden door een openbaar ambtenaar in de uitoefening zijner functiën gepleegd, doch bij arrest van 1 April 1885 overwoog het Hof, dat er geen verband bestaat tusschen de functiën van een notaris en het plegen van dergelijk geweld, en dat de assistent-resident, die bij die gelegenheid als waarnemend notaris werd aangesproken, derhalve alleen aan het toebrengen van slagen zonder meer kon schuldig verklaard worden.

Inderdaad is het moeilijk te begrijpen, op welke wijze een notaris ter vervulling zijner functiën ooit geweld kan plegen,

en toch blijkt uit het opschrift van § V der strafwet voor Inlanders,

waarin art. 133 geplaatst is, dat zonder misbruik van gezag ambtelijk geweld ondenkbaar is.

1» De eerste klerk op een assistent-residentiebureau, hoewel ondergeschikte J ,ê» oP."Lr «*». ««» betrekking ™'*»

eenig gezag kan worden ontleend en valt dus, ingeval hij op dat bureau aan een verzoeker moedwillig slagen toebrengt, na daartoe vooraf het plan te hebben beraamd, niet onder het bereik van artikel 126 jcta «rtg 138 Sw" J'

H. G. Hol 26 Oct. 1898, bekr. R. v. J. Soerabaia 12 Oct. 1898. T. 72, blz. ba.

Sluiten