Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14°. Weigering om als failliet inlichtingen te geven.

15°. Uitoefening van rechten na ontzetting.

16°. Het dragen van onderscheidingsteekenen of het verrichten van een daad na schorsing.

1 7°. Verbreking van zegels, vernieling van registers, overtuigingsstukken, brieven enz.

18°. Aanwerving van personen voor vreemden krijgsdienst, begunstiging van desertie, benevens eenige andere feiten, alle vermeld in art 177 en volgende der Ned. strafwet.

Vele dezer strafbare handelingen zijn niet opgenoemd in de Indische strafwetten, of zijn voorzien in andere wetten, zooals in de Reglementen op de strafvordering.

Niet alleen, dat de Nederlandsche strafwet dus vollediger is dan de Indische, ook in hare opvatting der misdrijven tegen het openbaar gezag gaat zij dikwijls van juistere beginselen uit.

Dit komt vooral uit bij het leerstuk der wederspannigheid en der beleedigingen en gewelddadigheden tegen het openbaar gezag, waarvan thans sprake is.

De Indische wetten behandelen, op het voetspoor van den Code Pénal, eerst de wederspannigheid en verstaan daaronder elke aantasting, feitelijke en gewelddadige wederstand tegen ambtenaren in de uitoefening hunner bediening.

Daarentegen worden gewelddadigheden tegen ambtenaren in het algemeen, hetzij zonder of met bloedstorting of doodelijk gevolg (art. 163 en volg. Sw. In], art. 162 en volgende Eur. Sw.), niet als wederspannigheid beschouwd, maar gebracht onder de zoogenaamde „gewelddadigheden" tegen ambtenaren en in een andere paragraaf opgenomen.

Vandaar verwarring, omdat het kwetsen van ambtenaren wel degelijk meestal wederspannigheid (rebellie) is en dus door de wet daaronder ook moest gebracht zijn.

In de wetsbepalingen over rebellie wordt door den C. P. en de Indische wetten van geen verwonding der ambtenaren melding gemaakt, zoodat men, indien de rebellie met slagen of bloedstorting gepaard gaat, zijn toevlucht moet nemen tot art. 163 en volg. der Inl. strafwet, handelende over gewelddadigheden tegen ambtenaren.

De meeste uitleggers van den Code Pénal, zooals Blanche en Chauveau en Hélie, zijn het er dan ook over eens, dat

Sluiten