Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat onze artikelen 165 en 166 spreken van gewelddadigheden, welke als materieel gevolg hetzij bloedstorting, hetzij kwetsing, ziekte of den dood binnen veertig dagen tengevolge hadden.

Terecht zeggen dan ook Chauveau et Hélie hieromtrent:

„La loi a confondu dans la même disposition toutes les vio„lences qui peuvent etre la cause d'effusion de sang, blessures, „maladie. Elle ne s est attachee qu'a un résultat matériel quel„conque; c'est dans 1'évènement et non dans la volonté seule, „que le crime puise son caractère." (Chauveau et Hélie I p. 629, 630).

De memorie van toelichting op de Ned. strafwet spreekt eveneens in dien zin van „noodlottige gevolgen" der wederspannigheid.

Mits deze feitelijkheden — zegt de memorie — met den dwang en de wederspannigheid in verband staan, behoort de strafverzwaring er eveneens voor te gelden (Mem. blz. 238).

liet IIoog-Gerechtshof van N.-I. volgde de uitlegging, aan art. 165 en 166 Inl. Strafw. gegeven, en besliste bij arrest van 27 Aug. 1884 in zake Madie, dat deze artikelen handelen over gewelddadigheden, waarvan het materieel gevolg hetzij bloedstorting, ziekte of de dood was, terwijl art. 167 slechts aan die kwetsuren het karakter van doodslag toekent, waarbij de dader den wil om te dooden had.

Bij een later arrest van 22 April 1885 werd op dezelfde gronden een beklaagde, die met zijn grasmes een zak met zout wilde opensnijden en bij die gelegenheid een politieagent, die den zak vasthield, aan de hand verwondde, schuldig verklaard aan gewelddadigheden, die bloedstorting of kwetsing veroorzaakt hadden en niet aan wederspannigheid (art. 145 Sw. Inl.), opgevolgd door het moedwillig toebrengen van een kwetsuur (art. 225 Sw. Inl.).

Daar art. 165 en 166 onzer wet de bloedstorting, kwetsuren, ziekte of dood alleen als materieele gevolgen van de tegen ambtenaren gepleegde gewelddadigheden kennen, zonder op de intentie, de bedoeling of het doel van den dader te letten, kan poging tot zulk een misdrijf onmogelijk begaan worden, omdat de materieele gevolgen van de handeling buiten den wil van den schuldige liggen.

Daarom kende art. 231 C. P. dan ook niet poging tot geweld-

Sluiten