Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten den ketting van drie tot vijf jaren en ontzetting van de rechten en bevoegdheden, vermeld in art. 22.

De ontzetting van de waarneming van alle openbare bedieningen of ambten is alleen dan niet verplichtend, wanneer de rechter art. 37 toepast.

Art. 196.

(Sw. Eur. art. 195) (C. P. art. 264).

De bepalingen van deze paragraaf zijn niet toepasselijk op rustverstoringen, beleedigingen of feitelijkheden, die aanleiding geven tot zwaardere staffen.

Voor zooverre is na te gaan, zijn bovenstaande artikelen nog nooit in Ned.-Indië toegepast.

§ 34

Vereenigingen van boosdoeners.

Gelijk reeds boven bij de behandeling der misdrijven tegen de inwendige veiligheid van den Staat is opgemerkt, spreekt de Code Penal op verschillende plaatsen over vereenigingen of benden van misdadigers.

Art. 92 C. P., overeenkomende met art. 54 van het strafwetboek voor Europeanen, bedreigt straf tegen de werving van troepen.

Het werven van gewapende benden om publieke domeinen enz. te plunderen, wordt vermeld in art. 60 Sw. InL, art. 96 C. P. en art. 57 Sw. Eur.

Benden, welke gevormd worden om rebellie te plegen en zich tegen de staatsambtenaren of het openbaar gezag te verzetten, vindt men vermeld in art. 146 en volg. Sw. Inl., art. 144 en volg. Sw. Eur. en art. 210 C. P.

Zoodra echter de benden niet worden gevormd met het doel om den Staat of de staatseigendommen aan te vallen of zich tegen de ambtenaren te verzetten, maar integendeel om misdrijven te plegen jegens bijzondere personen of eigendommen, verliezen zij het politiek karakter, hetwelk de Code Pénal en de Indische

Sluiten