Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 199.

(Sw. Eur. art. 198) (C. P. art. 267).

Wanneer dit misdrijf door geen ander vergezeld gaat of gevolgd wordt, worden de aanleggers en bestuurders der vereeniging, de bevelhebbers en onderbevelhebbers der benden gestraft met dwangarbeid in den ketting van vijf tot vijftien jaren.

ART. 200.

(Sw. Eur. art. I99) (C. P. art. 268).

Wordt gestraft met dwangarbeid in den ketting van vijf tot tien jaren ieder ander, die met het verrichten van eenigen dienst in de bende belast is en hij, die, willens en wetens, aan de benden of hare onderafdeelingen wapenen, krijgsbehoeften, werktuigen, dienende tot het plegen van misdrijven, huisvesting, schuil- of vergaderplaatsen verschaft.

De wet straft in bovenstaande artikelen niet alleen het plegen van misdrijven, doch reeds de vereeniging van personen, wier doel het plegen van misdrijven is.

Zoodra personen zich hebben vereenigd in eene bepaalde bende, welke de bij art. 198 omschreven inrichting heeft, namelijk aanvoerders of eenige andere organisatie, waaruit blijkt, dat men te doen heeft met eene regelmatige vereeniging en niet met eene toevallig bijeengekomen menigte, bestaat de strafbare samenstelling.

Zoo werd eene vereeniging van personen, die zich den aanmaak van valsche munt ten doel hadden gesteld, volgens deze wetsartikelen gestraft (Blanche ad art. 265 C. P.).

Het aantal der deelgenooten aan de misdadige vereeniging is niet door de wet bepaald en dienaangaande moet dus door den rechter naar omstandigheden worden beslist.

Steeds dient echter in het oog gehouden te worden, dat de wet geenszins het complot of de afspraak tot het plegen van misdrijven strafbaar stelt J).

1) Zie art. 9 van Stbl. 1904 no. 259, waarin strafbaar is gesteld de enkele afspraak tot het plegen der misdrijven van artt. 1 en 3. D.

Str. N. I. 26

Sluiten