Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer men dan ook de redactie leest van den Code Pénal van 1791, waaraan de latere Code veel heeft ontleend en dien men onder de oogen had bij de samenstelling van laatstgenoemd wetboek, alsdan kan men zich nog minder vereenigen met de meening der schrijvers, die moed willigen doodslag zonder den wil om te dooden aannemen.

In den Code Pénal van 1791 worden vijf soorten van doodslag opgenoemd, namelijk: 1°. de doodslag, onwillig, tengevolge van een toeval, zonder onvoorzichtigheid of nalatigheid gepleegd; 2°. de doodslag uit onvoorzichtigheid of nalatigheid; 3°. de wettelijke doodslag (1'homicide légal), gepleegd krachtens de wet; 4°. de doodslag in wettige zelfverdediging, en eindelijk 5° de doodslag moedwillig, door welk middel ook, begaan (Blanche IV p. 328).

Alle deze soorten neemt ook de Code van 1810 op, en deze kent dus niet twee soorten van doodslag, gelijk beweerd wordt, doch vijf soorten, waarvan de laatste moet begaan zijn „volontairement," dus met een bepaalden wil om den dood te veroorzaken.

Hiermede staat in verband de bepaling van art. 231 Code Pénal, welke voorziet in het geval, dat de dood als een ongewild gevolg van de gewelddadigheden, begaan jegens ambtenaren, is ingetreden, zoodat die wet wel degelijk het bestaan erkent van verwondingen, welke den dood ten gevolge hebben, zonder dat de dader dien dood beoogd had.

De Code Pénal voegt er zelfs in art. 233 bij, dat de dader met den dood zal gestraft worden, als de toegebrachte wonden het karakter van doodslag (meurtre) dragen, waaruit volgt, dat volgens die artikelen aan den ambtenaar kunnen toegebracht worden wonden, welke den dood binnen of na veertig dagen tengevolge hebben, en verwondingen, welke het karakter van doodslag bezitten (art. 233). Onder deze laatste zullen dus noodzakelijk moeten verstaan worden de verwondingen, gepleegd met het doel om te dooden, daar anders de artt. 231 en 233 C. P. geheel zouden samenvloeien en onverklaarbaar zijn.

Zoodra bewezen is, dat de Code Pénal niet elke moedwillige verwonding, welke den dood na zich sleept, als doodslag (meurtre) beschouwt, zoodra dit wetboek een onderscheid maakt tusschen opzettelijke verwondingen met doodelijk gevolg en moedwilligen doodslag, gelijk in de aangehaalde artt. 231 en 233 C. P. onzes inziens geschiedt, blijkt de onjuistheid van de leer, dat voor

Sluiten